Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.498
Indien een vat met water en een e\en groot vat met sterke pekel, beide van
0% gezamentlijk op eene en dezeltUe plaats worden gebragt, waar de temperatuur
ver beneden 0° is, zal men bevinden dat er, indien de pekel 5* onder nul is ge-
daald, j?^ gedeelte van bet water is bevroren. Hoe komt dit?
Waarom bluscbt eene groote massa water zoo krachtdadig het vuur?
Zou de aanzienlijke uitdamping der zee in de heete luchtstreek ook iets kunnen
bijdragen tot het matigen der warmte op de plaatsen, welke daaromtrent zijn
gelegen?
Kan het ontstaan van mist of regen ook oorzaak zijn van de verwarming der
iucht? zoo ja, waarom ?
TWEE EN ZESTIGSTE LES.
Over de drukking der dampen, hun \erzadigingspuDt en
uilzellingskraclit. Yochlmelers.
Dat damp niets anders is dau een in gasvormigen toestand veranderd vocht;
dat men ook den naam van waterdamp met stoom verwisselt; dat de dampen
zich overal, waar vocht aanwezig is, vormen, en wel evenzeer in het luchtledige
als in de vrije lucht; dit alles is reeds bekend.
moeten ons thans onledig houden met de nasporing van de drukking
der dampen, onderzoeken, wat men eigentlijk door de uitdrukking met damp ver-
zadigd zijn verstaat, de uitzetting der dampen gadeslaan bij verschillende warmte-
graden, en aanwijzen hoe men de drukking en de hoeveelheid der dampen in den
dampkring meet.
Men heeft langen tijd gemeend, dat damp op zich zelven niet kon bestaan;
men geloofde, dat bij zich in de lucht oploste even als zout iu het water; zonder
lucht, dacht men, konden zich geene dampen vormen. Wij zijn reeds beter onder-
rigt: de proef aangaande het bevriezen van water ouder den ontvanger der lucht-
pomp, heeft ons voldoende ingelicht. Maar wij zullen eene nog meer overtui-
gende proef nemen, en gebruiken daartoe het torricellische luchtledige, voor-
eerst: omdat dit eene zuivere luchtledigheid is, en ten anderen omdat men er
door in staat is de drukking of de spankracht der dampen te meten.
Stelt eens, wij hebben drie barometerbuizen b, b' en b" (zie fig. 299) naast
elkander in denzelfdeu met kwikzilver gevulden bak gezet; het kwikzilver zal nu
in allen door de dampkringsdrukking e\ en hoog staan, bij voorbeeld tot aan c.
Brengt men nu ouder door de opening van de buis b' door middel van een
opwaarts gebogen pijpje een weinig water in de buis b', zoo stijgt het, ten
gevolge van de meerdere zwaarte van het kwik, dadelijk tot in het luchtledige i
boven de kwikkolom, en oogenblikkelijk daalt de top der kwïkzuil eenige