Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
meerdere uitzetting heeft de stoom meer warmte dan 100' noodig en ont-
neemt die aan den bodem van den ketel, welken hij daardoor tot beneden 100'
warmte verlaagt.
Faraday bragt door het vaste koolzuur in het luchtledige te doen verdampen
eene koude voort van —100'. Bij deze koude werd alkohol nog niet vast,
alleen werd zij iets dikker; vele gassoorten werden door deze huitengemeene koude
drupvormig. Het vaste koolzuur zelf is ook zijn ontstaan verschuldigd aan het
binden der warmte; want wanneer men het vloeibare koolzuur uit den ontvanger
laat stroomen (zie bladz. 256) wordt het oogenblikkelijk voor een gedeelte lucht-
vormig en ontrooft aan het andere deel der vloeistof zooveel warmte, dat dit
l>evriest.
De gebondene warmte van waterdamp is niet bij alle warmtegraden even groot;
zij is bij lage temperatuur grooter dan bij hooge. Alzoo bevat 1 pond waterdamp
van 50' meer, en een pond van 150' minder gebondene warmte dan 1 pond
stoom van 100'. Ook is de gebondene warmte bij den damp van verschillende
vloeistoffen verschillend.
Bij alkohol is zij 214 u^al de hoeveelheid warmte, welke er noodig is om 1
pond water 1' in temperatuur te doen rijzen ; by zwavelether 112, bij terpentijn
olie 97, bij citroenolie 100.
Wij hebben doen opmerken, dat het koken geen vereischte is om damp te
vormen, en dat de dampvorming zelfs niet altijd uit eene vloeistof geschiedt.
IJs verdampt, zonder eerst te smelten, en sommige dampen gaan onmiddellijk in
den vasten toestand over, zooals jodium, benzoe-gom, zwavel, kamfer, arsenicum
of rattekruid, bijtend sublimaat of opgeheven kwik; men noemt dit opheffcrif
(zie blz. 49). Opmerkelijk is te dezen aanzien het volgende verschijnsel, dat de
schrijver eenmaal waarnam. Hij had eene groote hoeveelheid fijn verdeeld jodium
tusschen eene dubbele laag watten uitgespreid, en in eene met glas bekleede doos
besloten. Na verloop van 10 a 12 maanden vond hij het jodium op ééne plaats,
en wel in het midden, opgehoopt en tot een klomp zamengepakt. De opgeheven
jodium damp had zich uil den gasvormigcn locs land gekrislalliseerd. Ook is er vermeld,
dat bij het distilleren de gevormde dampen in eene buis geleid worden, die met
koud water is omringd, opdat de dampen zich spoediger door die koude zouden
verdikken; en dat, ten einde ze daartoe zoo lang mogelijk met dat koude water in
aanraking te brengen, de buis zich schroefswijze door den bak met koud water
heenwindt. Hoe het komt, dat, na deze toestel eenigen tijd in werking geweest is,
de bovenste waterlagen van het koelvat zeer heet zijn geworden, is uit zich zelve
klaar.
In fig. 298 vindt men een zeer beknopten en gemakkelijk te vervaardigen
koeltoestel afgebeeld. Hij bestaat uit eene glazen buis van omtrent 3 duim
wijdte en 30 tot 50 duim lengte, in wier midden eene ongeveer 6 a 7 streep
wijde buis is gestoken, die aan beide einden uit de wijdere buis reikt eh daar,
door goed sluitende kurken, op hare plaats wordt gehouden. Het eene einde