Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.491
Wij zouden thans over de dampvorraing of verdamping en over de toepassing
van dampen op verrigtingen, in het dagehjksch leven voorkomende, te spreken
hebben; maar in de 35' en 36* les is daarover reeds het belangrijkste gezegd; wat
daar niet gevoegelijk konde geplaatst worden, willen wij hier vermelden. Wij heb-
ben in deze lessen gezien wat koken is, alsmede dat het kookpunt op dien graad
van hitte valt, waarbij de uit het vocht oprijzende damp evenveel drukking uitoefent
als de dampkring. Wij kennen dus den invloed der dampkringsdrukking op het
koken en weten, dat alle vochten niet op dezelfde temperatuur koken. Zoo kookt
bij 76 duim barometershoogte
zwavel igzuur op — 10 graden. zeewater op 104 graden.
salpeterigzuur » 28 n zwavel » 299 «
zwavelether » 36 zwavelzuur » 310 -
wijngeest ■ 79 « lijnolie » 316 .
salpeterzuur » 86 • kwikzilver >• 350 ..
water » 100 .
Er is op het nut dier kennis aandachtig gemaakt, en proefondervindelijk aan-
getoond, onder welke omstandigheden de bovengenoemde gewone kookhitte niet
noodzakelijk is om de genoemde vloeistoven te doen verdampen. Er zijn behalve
de genoemde nog eenige zaken, die invloed hebben op het al of niet spoedig koken
van het water, zooals:
r Het kookpunt van een vocht verhoogt meestal, dat wil zeggen, het kookt door-
gaans op een hoogeren warmtegraad dan in zuiveren toestand, als er eene of andere
stof in opgelost is. Alle oplosbare zouten verhoocjen het kookpunt van het water.
Zeewater kookt eerst op 104' (zie het tafeltje). Hoe meer zout er in opgelost is,
hoe meer het kookpunt stijgt. De dampen, die er echter uit ontwijken, zijn zoo
zuiver als die van zuiver water, en zij hebben altijd ook dezelfde hitte, dat is 100*.
2'. De stof en dc uitivendige toestand der wanden van het vat, waarin water kookt,
oefenen insgelijks veel invloed op het kookpunt uit; zoo kookt water eerder in een
metalen dan in een glazen vat. De hevige beweging van het kokende water
hangt doorgaans af van de sterkere aantrekking der vochtdeelen onderling,
en van die der vochtdeelen en wanden van het vat. Eenige stukjes metaal,
in, een glazen vat met water geworpen, verhinderen de bruisende beweging
van het water, en maken het koken regelmatig. Over deu toestand der uit-
wendige oj)pervlakte van den ketel handelen wij nader. Het spreekt verder
van zelf, dat, hoe grooter de oppervlakte van den ketel is, die aan het vuur
wordt blootgesteld, hoe meer water er verdampt. Het schijnt, dat onder de
gunstigste omstandigheden bij de voordeeligste verhitting, iedere vierkante el der
verhitte oppervlakte elke minuut 2 tot 3 pond water verdampt. Dat deze kennis
nuttig is bij het plaatsen van stoomwerktuigen, behoeft bijna niet gezegd te worden.
3' Het is een zeer opmerkelijk verschijnsel, dat eenige vloeistoffen, die met
rood gloeijende metalen platen in aanraking worden gebragt, niet koken. Zeker heeft
men dikwijls opgemerkt als er een druppel water op de gloeijende plaat of pijp