Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.489
spreekt van zelf, dat het verdunde zuur eenige uren vooraf wordt gereed gemaakt,
opdat men het koud op het zout kunne gieten; ook moet dat zout vooral frisch,
helder doorschijnend en droog zijn en vooraf goed fijn gestampt worden. Iu het
hakje C doet men zuiver water en zoodra men op het glauberzout, in het em-
mertje B begrepen, het verdunde zuur heeft geworpen, doet men het deksel aa
met het daar onderaan hangende gevulde bakje c erop. Doormiddel van een
staafje, dat men nu door de ■opening i in het vocht brengt, roert men het mengsel
herhaalde malen goed om, en na weinige minuten bevindt men, dat het water
in C geheel en al in ijs is overgegaan. Het in aanraking brengen van het ver-
dunde zuur met het zout versnelt de oplossing, doet spoedig veel warmte hinden
en vermeerdert daardoor aanzienlijk de koude. De groote verwantschap van het
zout tot het zuur is de oorzaak van het snelle smelten. Er ontstaat dan een
nieuw ligchaam uit het glauberzout en wel over verzuurde zwavelzure soda. Op
dergelijke wijzen kan men zelfs kwikzilver doen bevriezen. Fig. 296 beeldt een'
toestel af, die daartoe dienen kan.
aa (fig 296) is een houten bak, die meteen deksel kan gesloten worden, en
waarin een andere bak 6 6
Fig. 296.
staat, die vertind en verlakt
is. In dezen bevindt zich
een derde bak d, van ijzer
gemaakt en die tegelijk met
den middelsten 6 6 door een
hol deksel cc kan gesloten
worden. De beide binnenste
bakken bb end rusten op
dunne pooteu. Wanneer men
met dien toestel kwikzilver, wil doen bevriezen, zoo wordt deze in den bak
d gedaan; en daarna de bak aa, zoowel als de bak 6 6 en het deksel cc met een
mengsel van sneeuw eu zoutzuren kalk gevuld, welke stoHèn ook weder ieder
voor zich zelven zijn afgekoeld; nu wordt de bak aa met zijn houten deksel
gesloten, de toestel eenige oogenblikken in rust gelaten, en in weinig tijds vindt
men het kwik in vasten toestand overgegaan.
Wordt een ligchaam, dat eerst door warmte uit den vasten toestand in dien
van vocht is overgegaan, tot beneden zijn smeltpunt afgekoeld, zoo wordt het
weder hard, het stolt. W'ij voegen hierbij twee waarheden, die uit zich zelven
duidelijk zyn; namelijk:
1" dat het vast worden eener drupvormige vloeistof steeds bij eenen bepaalden
warmtegraad moet plaats grijpen, en wel bij dien, waarop het smeltpunt invalt, en 2"
dat al de in het vocht gebondene warmte bij het stollen weder moet vrij worden.
Het is een zeer bekend verschijnsel, dat er eene hevige hitte geboren wordt en er
een groote damp opgaat, wanneer men water op gebranden of zoogenaamden
ongcbluschten kalk werpt? — En waardoor ontstaat deze buitengewone hitte,
22