Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
481
fig, 294. A Stelt voor eenen
grooten ijzeren, van
boven niet gesloten ci-
linder, wcrkcilinder QQ'
naamd, waarin een
zuiger a, luchtdigt
sluitende, op en neder
kan worden ge\oerd.
Deze rijzing en daling
kan door middel van
een' hefboom b in eene
rondgaande beweging
veranderd worden (zie
fig. 128 en 130), Eene
op- en nedergang zon-
der zijdelingsche af-
wijkingen der stang c
(zie het parallelogram
van Watt, fig. 128) is
hier niet noodig, daar
de cilinder A van boven
open is. Twee stangen
dd verbinden den zui-
ger a aan een' tweeden
zuiger e, die boven den
^ werkcilinder zich in
een'kleineren i), luchtpomp genoemd, gelijktijdig en gelijkvormig met a beweegt.
De luchtpomp D is van onderen open, en boven aan door eene plaat gedekt,
waarin twee kleppen B enC gevonden worden, van welke de eerste zich binnen-
de tweede buitenwaarts beweegt Door de klep C, het kanaal of de buis E, ont-
vanger geheeten, en de ruimte G, die Ericson den naam van regenerator heeft
gegeven, kan de ruimte D der luchtpomp met de onderste ruimte ƒ van den
werkcilinder in gemeenschap worden gebragt. De schuif momvat, even also in
fig. 131, eene geheel van E afgesloteiie ruimte. In den getittelden stand m',
die hem in de figuur is gegeven, heeft deze ruimte gemeenschap met den regene-
rator, en daardoor dus ook met de onderruimte van den cilinder A. In dien
stand staan ook de openingen o en r met elkander in gemeenschap, terwijl bij
de ligging m die gemeenschap is afgebroken. In den r^enerator G staat een
groot aantal stukkeu metaalgaas zeer digt tegen elkander geplaatst, zoodat al de
openingen in het gaas als het ware een onnoemelijk aantal naauwe kanaaltjes
vormen. Onder den werkcilinder bevindt zich de vuurhaard F.
Stelt nu eens, dat de machinist, terwijl de zuigers liggen, zoo als de figuur ze