Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.471
de zeer lange tijd, gedurende welken de klei aan het vuur moet worden blootge-
steld ; 4'" het verdampen van het water, dat de klei inhoudt, en de daarop vol-
gende inkrimping kan even zoo goed plaats hebben door lang gloeijen in een
matig vuur, als door een kort verblijf in een sterk vuur: dit een en ander heeft
het werktuig van lieverlede buiten gebruik gesteld.
Er zijn ook pyrometers, die op de uitzetting der metalen berusten, en onder
deze zijn de platina-pyrometers de beste, omdat dit metaal zich het meest gelijk-
vormig uitzet. Petersen stelde zulk een werktuig zamen, dat de temperatuur van
20° C. beneden O tot 2000' er bóven aangaf.
Ookde uitzetting der lucht zeiden wij, heeft men als pyrometer weten aan te wen-
den. Verbeeldt u een kegelvormig, van een' naauwen hals voorzien vat, vervaar-
digd van platina, omdat dit metaal de gróótste hitte kan wederstaan; laat dit vat
met lucht zijn gevuld en in het vuur worden gelegd; dan zal de lucht, door hare
sterke uitzetting, door de opening van den naauwen hals voor het grootste ge-
deelte het vat verlaten. Dompelt men nu daarna het metalen vat in koud water,
zoo moet de hoeveelheid water, die binnen het vat dringt, afhangen van de ver-
dunning of uitzetting, die de lucht in het vuur heeft ondergaan, en dien ten
gevolge zal, volgens eene daartoe ingerigte Ufel, uit het gewigt van het ingedron-
gen water kunnen berekend worden, tot welken graad zich de lucht heeft uitge-
zet, terwijl dit weder de gegevens verschaft, om den warmtegraad aan te wijzen.
Van andere thermo- of pyrometers maken wij geen gewag. Na de behandeling
van de electriciteit zal men nog eene voortreffelijke thermoscoop leeren kennen,
die tot de fijnste waarnemingen is ingerigt.
De fabrijkant maakt bij het bewerken van fijn glas, porselein, bij het inbran-
den van verwen, enz. gebruik van het smelten van metaalmengsels, ten einde
<len graad van hitte, voor zijnen arbeid benoodigd, te beproeven. Het smelten
der metalen geschiedt niet bij allen op denzelfden bitte-graad, zooals wij in de
volgende les zullen vernemen. Nu kan men, door de ligt smeltbare met zulke, die
meer weerstand aan het vuur bieden, te vereenigen, eiken graad vau hitte bepa-
len, die dit mengsel bij zijnen overgang van den vasten tot den vloeibaren staat
vordert. Men weet, b v., dat de aard van het staal afhangt van de kleur, die
het door de hitte aanneemt. Zoo wordt het lichtgele, goudgele en donkergele tot
verschillende werktuigen, en het purperroode, violette en donberblaauwe staal tot
veêren verwerkt. Het is dus noodzakelijk de hitte, waaraan het staal moet wor-
den blootgesteld, te weten, dit nu maakt het volgende tafeltje duidelijk; men
ziet er uit, door welke mengsels de graad van hitte, waarbij die kleurverandering
zal plaats grijpen, kan gekend worden.