Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.470
Om zeer hooge graden van hitte te kennen, van hitte, welke verre die van
kokend kwikzilver te boven gaat, kunnen de beschrevene thermometers niet
dienen. Niet te min is het in sommige gevallen noodzakelijk zeer hooge graden
van warmte te meten; bij voorbeeld, in de ijzer-en klokkegieterijen, aardewerk-
en porselein-fabrijken, enz De daartoe uitgedachte werktuigen, die den naam
van pyrometers oï vuurmeters hebben bekomen, laten echter nog veel te wenschen
over.
Wedgwood, een engelsch natuurkundige, een man, die zijn naam onsterfelijk
heeft gemaakt, door hetgeen hij voor de nijverheid Keeft verrigt, en tot verbe-
tering der fabrijken, vooral van die, welke tot het bereiden van aardewerk en
porselein bestemd zijn, heeft tot stand gebragt, vervaardigde eenen pyrometer,
waarmede hij de hitte zijner porselein-ovens bepaalde. Hij had opgemerkt, dat
een mengsel van ijzer-oxyde en klei in het vuur onderscheidene kleuren aannam,
en hoopte deze kleurverandering tot kenmerk van den warmtegraad te zullen
kunnen aanwenden, hetgeen echter niet gelukte. De proeven, hiertoe in het
werk gesteld, maakten hem toch, zooals het dikwijls in de nasporing van na-
tuurkundige waarheden gegaan is, met eene andere eigenschap der klei bekend,
namelijk, dat deze bij toenemende hitte inkrimpt. Waarschijnlijk vloeit dit daar-
uit voort, dat de klei zeer lang eenige water- en luchtdeelen iu zich sluit, die
door de vermeerdering van hitte langzamerhand ontwijken. Wedgwood nam nu
eene koperen plaat (zie de schets in fig. 290), later is deze uit platina vervaardigd,
Fig. 290.
op welke drie vierkante staven onder eene zekere helling naast elkander werden
geplaatst, zoodanig, dat haar afstand bij a het grootst was, tot aan b af-
nam, bij e weder op gelijken afstand als bij 6 begon, en dau weder van daar tot
aan d verminderde. Vervolgens maakte hij vierkante blokjes klei, met welker
zamenstelling men nie^ regt is bekend geworden, stelde ze aan het vuur bloot,
merkte op hoe ver ze na verhitting tusschen de metalen staven konden gescho-
ven worden, raakte daardoor met de inkrimping bekend, en bepaalde zoo den
hittegraad. Het nulpunt zijner schaal kwam omtrent overeen met 580° C. en
liep van O tot 240°, waarvan elke graad 72° C. bedroeg.
Om de eenvoudigheid vau dit werktuig ware het wenschelijk, dat het met
vrucht konden worden gebruikt; doch er treden hier vele hinderpalen in den
weg: 1* de moeijelijkheid van en de onvolkomene bekendheid met de zamen-
stelling der gezegde klei-blokjes; 2° de onregelmatige inkrimping der klei; 3*