Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
Ud
Fig. 270. der natuurlijke stompe kanten des kristals; de door slijpen
verkregene vlakken ab en c d hellen op deze kauten met
een hoek van 68% terwijl de natuurlijke zijvlakken hij a
en c een' hoek vau 71° maken. Deze alzoo tot stand
gehragte figuur is door eene snede 6 rf, welke loodregt op
de hoofdsnede abcd en tevens loodregt op de vlakkeu
ab en c d staat, in twee stukken doorgesneden, en, nadat
de beide daardoor verkregene doorsnydingsvlakken b d
met canadabalsem zijn bestreken, de twee stukken
weder zamengeplakt. Het geheele lichaam wordt daar-
na in een stuk kurk mn (zie fig. 270) gestoken en alzoo
in een koperen buisje J D bevestigd. Fig 270 stelt het
werktuigje in zijne natuurlijke grootte voor.
Treden nu door eene van de eindvlakken c d, en in tle
rigting der lengte, lichtstralen p door, zoo wordt elk
dezer dubbel gebroken: de gewoon gebrokene deelen gaan in de rigting tv
verder; de buitengewone stralen vallen schuiner dan de gewone op de canada-
balsem, en daar deze het licht sterk breekt, worden zij naar m gebogen, zoodat
men, niet zeer schuin in het kokertje ziende, deze niet gewaar wordt. Is de
lichtstraal p gepolariseerd, zoo gaat hij in de rigting tv regt door, wanueer
namelijk de ethergolven loodregt gerigt zijn op de hoofdsnede des kristals; in
het tegengestelde geval niet. Men ziet hieruit, dat het nicolsch prisma, zoowel
als de toermalijn-plaat, tot polarisatie-spiegel en analyseur dienen kan. Dat het
prisma om de helderheid de voorkeur verdient is reeds aangemerkt.
Arago heeft ons een gebruik van beide werktuigjes bekend gemaakt, dat nuttig
kan zijn voor zeelieden, duikers enz. Wanueer men namelijk iu eene schuine rig-
ting naar eene watervlakte ziet, is het door het watervlak teruggekaatste licht
zoo sterk, dat het zwakkere licht, hetwelk uit het water treedt, al is dit ook van
eene geringe diepte, door het eerste wordt te niet gedaan, zoodat men dien ten
gevolge niet diep onder het water zien kan. Kijkt men echter naar de water-
oppervlakte volgens eene rigting, die met dat vlak een hoek van ongeveer 37*
maakt, zoo is het teruggekaatste licht, dat het oog treft, gepolariseerd, en wel in
een vlak, dat met het vlak van terugkaatsing zamen valt. Brengt men nu een
toermalijn-plaatje of een nicolsch prisma in de vereischte stelling voor het oog,
zoo wordt door het eerste het gepolariseerde licht geheel verduisterd of opgeslorpt,
en door het laatste door breking belet, om in het oog te treden; het oog ontvangt
derhalve slechts het licht, dat uit het water voorttreedt. Wanneer men alzoo in
eenen bak met water met het bloote oog een op den bodem liggend voorwerp niet
ziet, wordt het door het prisma zigtbaar. Zoo kan men op eene gliusterende
oppervlakte, waarop met krijt eenige letters zijn geplaatst, het geschrevene door
het prisma lezen, terwijl zonder dat het teruggekaatste licht zulks belet. Door dit
hulpmiddel heeft men bevonden, dat het meeste licht, hetwelk tot ons komti
20'-