Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
us
schiciing of Wording van het kristal hebben plaats gegrepen. Daar waar de
grensvlakken der kristallen zamenloopen of elkander snijden, ontstaan de
kanten en hoeken des kristals. Bij elk kristal kan men zich in het inwendige
eene of meer regte lijnen voorstellen, rondom welke de overeenkomstige pun-
ten der grensvlakken regelmatig liggen gerangschikt; zulke regte lijnen noemt
men de assen en elk dier assen gaat altijd door het inwendige middelpunt van
den kristalvorm, en door twee merkwaardige punten van de oppervlakte.
Zulke merkwaardige punten zijn de middelpunten der vlakken, hel midden der
kanten en de hoekpunten des kristals. Men onderscheidt hoofd- en neven-as-
sen. Indien de loodregt op eene as, dwars door het kristal heen, gemaakte snede
eene regelmatige figuur vormt of vatbaar is, om regelmatige in zich te doen
beschrijven, zoo noemt men die as de hoofd-as, in een tegengesteld geval heet
zij neven-os. Er zijn kristallen, die meer dau eene hoofdas bezitten, alsdan hee-
ten zij meer-assig, anders één-assig. Fig. 250 stelt een zesvlakkig kristal, een
Fig 250 hexaëder of een kubus voor. De hjn
ab of fl Q, die de middelpunten a 6
van twee over elkander staande vlak-
ken P Q eu 7? 5, of de twee overstaande
hoeken R en Q verbindt, is eene hoofd-
as, want alle sneden, die loodregt op
de lijn ab of op eene met haar gelijk-
soortige lijn staan, vormen vierkanten
of kwadraten, gelijkvormig aan P Q,
terwijl op de as R Q of eene met haar
gelijksoortige de sneden gelijkzijdige
driehoeken uitmaken, zooals a in fig.
251, of zeshoeken, zoo als 6 iu fig. 252, waarin zich weder gelijkzijdige drie«
Fig. 251. P'9' 252.



hoeken laten beschrijven. De kristalvormen 251 en 252 zijn van 250 afge-
leid. Elke hjn cd, die de middelpunten c en d van twee kanten verbindt (zie
itll fig. 250), is eene neven-as, want de op deze lijn loodregt staande sneden, zooals