Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.431
van Hchte en donkere strepen zal worden gemist, kan gemakkelijk worden be*
jrepen.
Dergelijke verschijnselen als de traliën opleveren, vertoonen zich bij licht, dat
teruggekaatst wordt door oppervlakken, waarin fijne groeven zijn geiitst. Indien
men op een stalen plaatje of een van achter zwart gemaakt glas dunne, even-
ijdige, zeer digt bij elkander staande lijntjes trekt, zoo ziet men door het te-
ruggekaatste licht gelijksoortige kleuren als door draadwerk ontstaan. Hieraan
schrijft men dan ook de fraaije kleuren toe, die op de oppervlakte van paarle-
moer spelen; men zegt, dat de kleuren dezer stof zelfs op was of stearine kun-
nen worden overgedragen, indien men het op paarlemoêr afgiet. Intusschen
is dit den schrijver nooit mogen gelukken. Tot de genoemde afdeeling van kleu-
ren behooren ook die der vleugelhedeksels of schilden van menige insecten, daar
ook deze fijne groeven bevatten. Nog brengt men er toe de kleuren van zooge-
naamd verweérd glas, en eindelijk ook nog de ringen, die men, wanneer de he-
mel met een' ligten, dunnen nevel is bedekt, om de zon of maan ziet; zij wor-
den soms gekleurd door de buiging, die de lichtstralen aan de randen der in den
dampkring zwevende vochtblaasjes ondergaan. Wanneer men een stuk glas door
den adem ligt bevochtigt, en er naar de kaarsvlam doorheen ziet, wordt men
dergelijke kringen gewaar.
Tot de interferentie-verschijnselen behooren ook de kleuren, die door zeer
dunne, doorschijnende lagen of plaatjes worden veroorzaakt. Men ziet deze vooral
zeer schoon en sterk in zeepbellen, collodium-luchtballetjes, dunne lagen eener
vloeistof, die over eene glanzende oppervlakte zijn uitgestrekt, in eene zeer dunne
laag olie, veroorzaakt door eenen kleinen druppel terpentijnolie, die zich over
het watervlak uitbreidt, op de oppervlakte van staal, na het zoogenaamde aan-
loopen, waarbij het alsdan met eene dunne laag oxyde is bc>dekt, in barsten in
glas, in sommige vischschubben, maar vooral, wanneer men twee ronde of vier-
kante, dikke stukken, onverfoelied spiegel glas sterk op elkander drukt. Op het
regelmatigst verkrijgt men de kleuren door eene lens cd (zie fig. 248), die zeer
ƒ■'(ƒ/. 2^8. weinig bol is, op eene vlakke gla-
zen plaat rt 6 te leggen. De ge-
kleurde ringen, die hierdoor ont-
staan, noemt men naar den ont-
dekker de ringen van Newton.
Wendt men bij dit onderzoek ho-
mogeen b. v. rood licht aan, eu beschouwt men het doorde glazen teruggekaat-
ste gedeelte, zoo ziet men rondom de plaats m, waar de glazen elkander raken,
lichte, roodgekleurde ringen, die door donkere tusschenruimten van elkander
gescheiden zijn, en die, van het midden van eiken ring afgerekend, trapswijze
in licht verzwakken Voor rood, de kleur derhalve, die de langste ethergolven ver-
oorzaakt, zijn de ringen het grootst, voor violet het kleinst. Op dezelfde plaats
n bijvb., aan welke door het teruggekaatst licht helder verlichte ringen ont-