Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
us
plaats in rigtingen, die loodregt staan op de lijn A B> en dus in een vlak CD,
(zie fig. 239), dat loodregt op de lijn AB staat. De pijltjes wijzen hier eenige
pjg 239 rigtingen aan, waarin die slin-
geringen der etherdeelen plaats grij-
pen. De door A B in fig. 238 getrok-
kene kromme lijn stel t voor de weder-
zijdsche stelling, waarin de ether-
deelen, gedurende den voortgang der
beweging volgens delijn.^ fi, zich op
een bepaald oogenblik bevinden. Van
de ontelbare menigte der loodregte
rigtingen op A B zijn in de fignur
slechts die genomen, welke in het vlak van het papier liggen. Den wegt'i;", c c'
enz. loodregt op AB, dien elk etherdeeltje c enz. gedurende de beweging aflegt,
noemt men de slingerwijdte. De tijd, waarin die slingering volbragt wordt, heet de
slingertijd. De voortplanting der beweging van 6 op/van/op c enz. geschiedt niet
oogenblikkelyk; elk deeltje zal te later in slingerenden toestand geraken, naar-
mate het verder van 6 ligt. Terwijl b zich heeft bewogen van b naar b' en van
daar weder naar b terug, kan / zich eerst opwaarts beginnen te bewegen. De
deelen b en/blijven thans voortdurend in tegenovergestelde slingeringen; gedu-
rende dat de beweging van b eene benedenwaartsche rigting heeft, zal/ eene op-
waartsche bezitten. Heeft het deel b, na in b" geweest te zijn, de vroegere plaats
der rust b bereikt, zoo zal, wanneer/c gelijk aan bf is, het etherdeel c eerst de
beweging opwaarts beginnen, en hoewel nu b het deel ceene slingering vooruit
is, zoo bewegen zich b en c toch voortaan in gehjke rigtingen. Den afstand, die
er is, tusschen b en c, den afstand b c, maakt de lengte eener lichtgolf uit; bfis
derhalve eene halve golflengte. Hieruit zien wij, dat etherdeelen, welke in de
voort plan tingsrig ting eener lichtstraal eene geheele golflengte of een veelvoud van
zulk eene lengte van elkander liggen, zich steeds in gelijke, maar etherdeelen,
wier afstand de helft eener golflengte of een veelvoud van eene halve golflengte be-
draagt, zich voortdurend in tegenovergestelde slingeringstoestanden zullen be-
vinden.
Uit hetgeen vroeger bij het geluid is aangemerkt, is gemakkelyk af te leiden,
dat uit de zich naar alle zijden heen voortplantende golfbeweging storingen van
bet evenwigt kunnen voortvloeijen; dat die trillingen elkander zullen interfereren.
Deze interferentie kan te weeg brengen, dat de ethertrillingen niet enkel loodregt
op de voortplantingsrigting AB, en dus in vlakken CD, zie fig. 239, plaats
grijpen, maar ook in rigtingen, die evenwijdig met ^ fi en dus loodregt op het
vlak C D zijn; de kracht echter, waarmede deze laatste op het oog werken, ver-
dwijnen bij die der eerste of loodregte, zoodat alleen die op den straal loodregte
trillingen bij de lichtverschijnselen in aanmerking worden genomen.
Hebben de genoemde loodregte trillingen niet, gelijk bij gewoon licht wel het