Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.415
Een goed mikroskoop heeft niet een enkel oogglas, zoo als in fig. 232 is voor-
gesteld, maar het voortgebragte beeld a b' wordt door een stelsel van aj)lana-
tische lenzen, ten einde de spherische aberratie op te heffen, en eene verzamel-
lens, om de stralen meer evenwijdig in het oog te voeren, waarneembaar ge-
maakt. Ook is het objectief zoo wel als de overige lenzen achromatisch, ten
einde de gekleurde randen op te heffen.
Om doorschijnende voorwerpen goed te verlichten, bevindt erzieh by een
mikroskoop op eenigen afstand onder het oculair F een hol spiegeltje, dat de
geconcentreerde lichtstralen op het voorwerp terugkaatst.
Er is nog eene soort van mikroskopen, die men ron-, kalk- en electrisch licht
mikroskopen noemt; bij deze wordt het beeld niet onmiddellijk met het oog
opgevangen, maar met een op behoorlijken afstand geplaatst scherm. Door
middel van een' schuin geplaatsten spiegel, wordt het licht der zon of dat door
kunst verkregen in de buis van het mikroskoop gestraald, waardoor het voorwerp
sterk verlicht wordt. De lichtstralen worden bovendien, alvorens zij het voorwerp
bereiken, dat op eene gemakkelijke wijze in de buis wordt geschoven, door
twee convergeerende lenzen op de plaats vereenigd, waar het voorwerp ligt,
zoodat het eene bovenmate sterke verlichting ondergaat; het voorwerp zelf
Migt voor eene aanmerkelijk vergrootende lens, en wel verder van deze dan
haar brandpunt, opdat er op eenen afstand een beeld van ontstaan kunne ;
dit beeld wordt, zoo als gezegd is, door een wit scherm opgevangen. Zulke
mikroskopen zijn voor wetenschappelijke onderzoekingen niet zeer geschikt.
Cij ziet in, dat de bekende tooverlantaarn op hetzelfde beginsel berust. De
voorwerpen zijn bij deze echter in grootere afmetingen op glas geteekend en
worden door een lampje verlicht.
Dat de mikroskopen reeds een aanmerkelijk nut te weeg gebragt en zaken
bekend gemaakt hebben, waarvan men vroeger geene kennis bezat, en flat zij
vooral geschikt zijn, om Gods grootheid tot in de kleinste der geschapene we-
zens te bewonderen, is overbekend. Wie met de genoegens en het nul dat het
gebruik van het mikroskoop oplevert, wil bekend zijn, leze wat de hoogleeraar
Harting te Utrecht over dit werktuig geschreven heefL
De verrekijkers dienen, zoo als gezegd is, om verwijderde voorwerpen als
in onze nabijheid te brengen. Er zijn hoofdzakelijk twee soorten van verrekij-
kers of teleskopen, namelijk die, welke dienen om aardsche voorwerpen waar
te nemen, aardsche verrekijkers genaamd, en die, welke tot nasporing der he-
mellichten bestemd zijn, of astronomische verrekijkers; deze laatste dragen bij
^ uitnemendheid den naam van teleskopen,
I Tot eene beknopte beschrijving der aardsche verrekijkers overgaande, wil-
ö len wij den eenvoudigsten eerst nemen.
Deze bestaat uit een achromatisch voorwerpglas P' W ^,ie fig. 233) en een
oculair X IJ. Stellen wij, dat van een punt A van een «eer ver verwijderd
voorwerp de stralen rs en,cd de lens V W treffen, loopende de eerste rs