Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
dan zuitgij, zoo het niet dadelijk geschiedt, dan toch na eenige weinige proef-
nemingen, een' druppel in de opening verkrijgen, die van de voorwerpen, welke
men er door beschouwt, zeer aanmerkelijk vergroote beelden geeft.
Lenzen, die eene meer dan 6 of 8 malige vergrooting bezitten, noemt men in
het algemeen enkelvoudige mikroskopen. Indien de lenzen plathol zijn, naderen
zij de lenzen van den besten vorm; de bolle zyde moet dan altijd naar het
voorwerp zijn toegekeerd.
Een zamengesteld mikroskoop bestaat uit meer dan eene lens, die in eenen
koker of buis bevestigd zijn, welker deelen uit eu in elkander kunnen gescho-
ven worden, zoodat hierdoor de afstand der lenzen naar welgevallen kan wor-
den veranderd. Het glas, waarop de lichtstralen, van het voorwerp afkomende,
onmiddellijk vallen, wordt het voorwerpglas (objectief) genoemd, dat, waaruit
de lichtstralen te voorschijn komen of in het oog treden, heet het oogglas
(oculair). De vergrooting, die zulk een werktuig te weeg brengt, is gelijk aan
het product der vergrootingen, welke beide glazen ieder afzonderlijk tot stand brengen.
Om u al aanstonds een denkbeeld van deze soort van mikroskopen te ge-
ven, diene fig. 232 Hierin stelt O het oogglas, F het voorwerpglas voor.
Fig 332 Laat de brandpuntsafstand van
het eerste 20 streep, die van het
laatste 5 streep zijn. Zij verder
a 6, het voorwerp, ^^^ streep ver-
der van het oogglas geplaatst dan
het brandpunt. Dat noodzakelijk
het voorwerp verder van het glas
^^moet liggen dan het brandpunt,
ingeval het een beeld aan dean*
dere zijde der lens zal voortbren-
gen, hetwelk in ons geval een
vereischte is, en dat het beeld,
doordien het zoozeer nabij het
brandpunt ligt, op een' grooten
afstand van de lens zal liggen, is
u op bl 370 onder de aandacht
gebragt. Hoe groot die afstand
zijn zal, ter bepaling hiervan
geeft ons de wiskunde den vol-
genden regel: neemt tweemalen dert
afstand, dien het voorwerp van dc
lens heeft, dat is in ons geval 2 X
5,1 rzi 10>2, vcrrncnigvuUligt dit met een getal, dat 1 miruler is dan het brekings-
(jetal van die stof; het brekingsgetal voor glas is 1,5; dit verminderd met 1
jjeeft 0,5 en dit weder vermenigvuldigd met 10,2 geeft 5,1; trekt van dit pro-