Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.372
\ou^}ÏQSte mikroskoop (kleinkijker) of het eeiivoiuligste werktuig, dat er gemaakt
kan worden, om kleine voorwerpen duidelijk waar te nemen ; ziedaar de be-
schrijving van het weldadige geschenk, dat den verzwakten van gezigt onder
den haam van 6n7 kan worden toegevoegd. Wij zullen hierop nader meer uit-
voerig terugkomen.
Ten einde de beelden te ontwerpen, welke door holle glazen gevormd wor-
den, gaan wij op de volgende wijze te werk.
Zij F JF (zie fig. 199) eene holle lens; F cn F' dc beide vooronderstelde
Füj. 190.
iiaofilbiandpunlen; AB een voorwerp, Ae en AO twee lichtstralen van den
geheelen bundel, die vau het punt A uitgaan ; de eerste zij er een, die evenwij-
dig loopt aan de as F O, de tweede een, die door het middelpunt O gaat. De
eerste A e wordt na den doorgang gebroken in de rigting dg, alsof hij van
het negatieve brandpunt F kwame; de tweede AO gaat regt door, en beide
stralen, behoorlijk verlengd zijnde, ontmoeten elkander in a. Het punt a is
dus het beeld van A. Eveneens met de stralen Bf en B O te werk gaande, vindt
men in b het beeld van B. ab is derhalve het beeld van A B. Een oog aan de
andere zijde van de lens geplaatst zijnde en de gebrokene stralen opvangende,
zal derhalve in ab een verkleind beeld gewaar worden van het voorwerp AB.
Zoo zal het bij elke stelling van het voorwerp AB zijn. Holle lenzen geven
dus verkleinde beelden; zij liggen aan dezelfde zijde van de lens, waar zich het
voorwerp bevindt, en digter bij de lens dan het voorwerp zelf. De beelden, door
zulke lenzen voortgebragt, kunnen oj> geen scherm worden opgevangen.
De werking van de convexe en concave lenzen kan tloor de horulogieglazen
in den vroeger beschrevenen bak uitmuntend worden verklaard. Een stuk geld,
dal iu het midden van het water opgehangen is, vertoont zich, door het bolle
glas waargenomen zijnde, vergroot, door hel holle verkleiud. Wanneer men