Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
.384
Fig. 189. geslepen ligcliaam, wordt aan eencii
toestel verbonden, waardoor het ge-
makkelijk in allerlei rigtingen ge-
plaatst, en door middel eener dunne
metalen stang op een voetstuk beves-
tigd wordt. De voorwerpen, die men
wil afteekenen, bevinden zich op
eenigen afstand voor de zijde B C.
Onder de lichtstralen, die daarvan
afkomen, beschouwen wij slechts
deu straal a b, welke het vlak B C
loodregt treft; deze gaat door het
glas volgens de lijn bc heen, maar
treft de vlakte D C te schuin, dan dat hij in de lucht zou kunnen treden;
hij wordt dus daar teruggekaatst volgens de lijn c^; in d aangekomen, heeh
er op nieuw eene totale reflectie plaats in de rigting der hjn d O, eu dewijl
nu de straal op het vlak AB loodregt valt, verandert hij in de lucht niet
meer van rigting, en bereikt, volgens de hjn d O, het oog, hetwelk zich op
eenen zekeren afstand boven het vlak A B bevindt. Ouder het prisma ligt
op de tafel een stuk wit oapier EF, en omdat het oog de voorwerpen in de
rigting Od waarneemt, en tevens langs den kant bij A ziende, het papier
ziet liggen, zoo ontvangt het te gelijk tweederlei indrukken, en het is dien
ten gevolge eveneens, als of het de ligchamen op het papier E F vindt afge-
beeld ; op deze plaats kan men derhalve de beelden met een potlood omtrek-
ken. Boven op AB ligt gewoonlijk een beweegbaar, ondoorachijnend plaatje,
voorzien van eene kleine opening, waardoor men, zoo als gezegd is, een ge-
deelte van het prisma en een gedeelte van het papier kan beschouwen; het
dient om het beeld vau het voorwerp, dat men wil afteekenen, op dezelfde
plaats te houden.
EEN EN VIJFTIGSTE LES.
Over de breking der lichtstralen door gebogene
oppervlakten.
Onder alle werktuigen, waarmede de beoefening der natuur ons heeft be-
schonken, is er zeker geen meer algemeen bekend dan het zoogenaamde brand*
glas. Dien naam draagt het evenwel niet inde natuurkunde Glazen, die, ge-
lijk een brandglas, in het midden dik zijn, eu naar den omtrek dun uitloo-
pen, noemt men linzen of lenzen, omdat zij eenige overeenkomst hebben met
eene soort van platte erwten, die onder denzelfden naam bekend zijn. Men