Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
Zoo gemakkelijk
echter niet kennen bij hout, ongetwijfeld bestaat zij
ook bij deze ligchamen. Men heeft ontdekt, dat de houten en steenen palen of
zuilen-, die groote gebouwen, ofj in het algemeen, zware lasten moeten onder-
schragen, van tijd tot tijd korter worden. De metalen verkrijgen door het sme-
den eene meerdere vastheid, hunne deelen zetten zich digter aaneen en de om-
vang neemt af. Dit is den smid zeer goed bekend.
De munten en gedenkpenningen ontvangen de figuren en opschriften, die er
uitwendig op liggen, door het schijQe metaal plotseling en zeer sterk onder en
op eenen stempel te drukken, die dezeltde beelden en letters iuwcndig bevat.
Door deze verbazende drukking neemt het metaal de fijnste trekken van den
stempel over, en hierdoor wordt het dan zoo zamengeperst, dat het eene uitge-
breidlieid verkrijgt, welke in het oogvallend minder is, dan die der nog niet ge-
munte schijfjes.
Ook de lucht is zamendrukbaar, en wel in eene hooge mate. Dit kan hun
niet onbekend zijn, die weten wat proppenblazers of klapbussen zijn? — Aan
de beide einden van de opening eens hollen cilinders, doorgaans gemaakt van
vlierhout, waaruit de binnenste zachte deelen zijn weggenomen, slaat de
knaaj) een stukje kalmoes of kurk. Tusschen deze beide stukjes bevindt zich dus
lucht. Nu duwt hij met een stokje een der propjes verder in de opening en
perst derhalve de lucht in eene ruimte, welke hoe langer hoe kleiner wordt.
Indien de lucht niet kan ontwijken, zoo kan hij de propjes niet tegen elkander
brengen, want dan zou hij de tusschen gelegene lucht moeten vernietigen, en
zij is ondoordringbaar. De lucht biedt al meer en meer tegenstand aan de
drukking, en drijft eindelijk het niet verplaatste stukje kalmoes met eenen
grooten slag uit zijne plaats, en een eind wegs voort. De lucht is dus zamen-
drukbaar.
Water, olie en dergelijke vloeistoffen ondergaan de minst merkbare zaïnen-
drukking.
Wanneer men water in een kanonstuk giet, welks wanden meer dan drie
duim dikte hebben, en men tracht het, door het indrijven eener stop in den
mond van het kanon, met geweld zamen te persen, zoo zal het metaal barsten,
eer nog het water een twintigste gedeelte zijner uitgebreidheid heeft verloren.
In het jaar 1661 beproefde men te Florence, om eenen gouden, met water
gevulden bol door eene groote kracht inwaarts te drukken, en alzoo het water
eene kleinere plaats te doen innemen; doch het water kwam als dauwdrup-
pelen op de oppervlakte van het ihetaal te voorschijn. Deze proef bewijst zoo-
wel de weinige zamendrukbaarheid van het water als de poreusheid van het
goud en du» van een derdigtste metalen.
Ook van deze eigenschap heeft de menscheen toepasselijk gebruik gemaakt.
Het smeden geeft er u reeds eene proeve van. Sedert eenigen tijd is men er ook
in geslaagd, om het hout door zamenpersing tot de helft zijner uitgebreidheid