Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
847
gCiinverslcUhig van ncgnVieve heelden, die aanstonds zullen vernield worden.
Zij makeu een' tooverachtiyen indruk, wanneer zij in eene geheel donkere ka-
mer op eene wnlk van rook of massa waterdamp of stoom worden zigtbaar
gemaakt. Ilrt spreekt \an zelf, dat bij z'tike proefnemingen het licht, dat het
voorwerp Instraalt, geheel \oor den aanschouwer moet bedekt worden.
Hoe nuttig het opvangen en terugkaatsen der lichtstralen door middel van
holle spiegels is hij straat- eu huidantareiis, iam[x;u en lichttorens aan de zee-
kusten, is algemeen bekend, eu zij, die ooit eeu mikroskoop iu de handen heb-
ben gehad, kenuen ook het onmisbare van deu hollen spiegel, die aau den voet
des werktuigsis bevestigd. Later zal nog het nut van deze spiegels iu soumiige
kïjkers wordeu vermeld.
Het is geb«e1 in overeenstem min g met het beredeneerde, dat er zich, wanneer
men deu hollen spiegel juist naar de zon rigt, iu het brandpunt een beeld van
Uit lieinelligchaain zal vormen, en de grootte vau dit beelU zal af hangen van de
lengte des krommingsstraals. Eeu spiegel, wiens kroinmingsstraal (m d fig. 170)
l el lang is, vormt iu het brandpunt een beeld dér zou van 3 streep middellijn.
Om de lengte vau den krommingsstraal van eenen spiegel te vinden, moet men
derhalve sleehts deu afstand verdubbelen, waarop het zonnebeeld vau den
spiegel ligt. (Zie bladz, 345.)
Ik heb bij de verklaring vau fig. 166 gezegd, dat al de stralen, welke zich
uiet tc ver van de as de des spiegels verwijderen, na de terugkaatsing iu écu
punt worden vereenigd. Zoo is het ook met alle stralen, die vau a of 6 ko*
mende, zicli niet ver vau de nevenassen, als a n, b JT (zie fig. 170) \erwijde-
reu. Al deze laatste vereenigeu zich zeer nabij iu A of iu B. Dc stralen, die
zich verder dan een honderdste gedeelte van deu omtrek des bols, waarvan
de spiegel eeu deel uitmaakt, verwijdereu, wor<len niet meer met de nader bij
het middelpunt gelegene vereeuig<l. Hieruit ontstaat het uitvloeijen van de
randen der beelden, die door eenen hollen spiegel worden voortgebragt. Meu
is gewoon het gebrek, ten gevolge waarvan de stralen uiet allen iu e'éu punt
vereenigd worden, de afwijkimj wegens bolvnrmiijheid te noemen. Indien men
uit elk deel vau het verlichte ligchaam verscheiileno lichtstralen trekt naar
alle mogelijke punten des spiegels, vervolgeus onderzoekt, waar elke twee
op elkander volgende stralen elkander na de terugkaatsing snijden, dan kan
men al deze sinjpunten na deze bewerking vereenigen, eu verkrijgt dau
kromme lijnen, bekend onder tleii naam van bmndtijnen. Zij zijn kenbaar aau
haren bijzondereu lichtglans, en spelen iu de leer des lichts eene voorname
rol, Fig. 171 stelt de lipging on gedaante vau zulk eene lijn voor. Hierin ver-
beeldt A een lichtend punt; BCP eeu' cirkelvormig omgebogen' rand van
blik of »-enig glanzend metaal; eene daguerreotij|>e plaat laat er zich bij
uitstek goed toe gebruiken. Spijkert meu dezen rand op eene ronde plank,
en houdt meu iu A, op J doelen vau dc middclhjn afstands vau C etui liclit,
/<»o /.iet meu de scherpe lichtlijn abc ontstaan, eu deze zal men zelf kunnen
16'