Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
Fig. 169. ƒ m; zoodat ƒ
goi f m zeer weinig
van de helft der hjn
^ m of m rf zal ver-
schillen, vooral in-
dien e g zeer nabij
ed wonlt genomen;
men zal inderdaad
bemerken, dat de
hoeken, die deeven-
wijdig opvallende stralen met de lijnen ma, nig, enz. maken, zeer nabij gelijk
zijn aan de hoeken, welke de teruggekaatste stralen er mede vormen. Dit punt
f, het vereenigingspunt namelijk van evenwijdig opvallende stralen, dat op de helft
i'rt« den krommingsstraat m d gelegen is, noemt men het hoofdbrandpunt ufln den
spiegel. De oorzjak van die benaming ligt daarin, dat de vereeniging der zon-
nestralen in genoemd pnnt eene buitengewone hitte op die plaats te weeg
brengt, eene hitte, wa:irdoor men zelfs metalen kan smelten. Wanneer omge-
keerd het lichtpunt e zich in ƒ bevindt, planten zich al de teruggekaatste
lichtstralen, di^j er van uitgaan, evenwijdig aan elkander voort.
Thans kan het niet moeijelijk vallen om aan te wijzen, waar en hoe door
holle spiegels beelden gevormd worden.
Zij A liy fig. 170, ceii ligi haam, tlat 2i< h tusschen het mid.lelpunt m van den
spiegel F //'en hel
brandpunt ƒ be-
vindt, en trachten
wij de plaats te be-
palen , waar zich
het beeld van een
punl//van het voor-
werp zal bevinden.
Kik punt vau den
pijl A B kan be-
schouwd worden in
hetzelfde geval te
\erkeeren als het
|)unt c inde voorgaande figuren: het zendt namelijk een' kegel van lichtstra-
len uit naar het vlak F ff. Bepalen vvij, door slechts twee van die stralen
le nemen, waar zij zich allen na de terugkaatsing met elkander vereenigen, dan
heeft men in dit vex'eenigingspunt de plaats van het beeld van het punt A.
Hiertoe trekke men eene midd 'llijn of ncvenas door het punt A, eene hjn n A m
derhalve, die door J en m gaat, dan is nien verzekerd, dat het beeld van A lu
deze hjn moet gelegen zijn, want het is een lichlstraal, die in zich zelven terug-
16
Fig. 170.