Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
340
dat einde geheel afsluit. De ruimte tusschen deze beide glasschijfjes is voor
een klein gedeelte gevuld met gekleurde stukjes glas, koraaltjes, eenige stukjes
doorschijnend papier, enz. Het andere eind van den koker is gesloten door
een schijfje bordpapier of blik, waarin eene kleine opening is gemaakt. Wan-
neer men nu door deze opening naar het andere einde van den koker ziet,
ontdekt men eene zeer schoone en regelmatige figuur; want tusschen de beide
spiegels door ziet men onmiddellijk eenige der gekleurde steentjes en in de
spiegels zelven herhaalde malen hun beeld. Bij het ronddraaijen van den ko-
ker veranderen telkens de gekleurde ligchaampjes van stelling, en daardoor
ontstaan telkens andere, altijd regelmatige figuren. Men noemt dit werktuig
kaleidoskoop, dat is, schoonheidskijker. Het wordt dikwijls door tapijtfabrijkan-
ten, behangselpapierbereiders, katoendrukkers, enz. gebruikt, om telkens
nieuwe figuren voor hunne taj^yten, behangsels en katoenen uit te vinden,
en te dien einde worden de figuren, die door de kaleidoskoop ontstaan, na-
geteekeud.
Op de wet der terugkaatsing van het licht berust de zamenstelling van
eene talrijke menigte werktuigen, zoowel tot nut als tot vermaak ingerigt.
Ik wil u onder die vele slechts een drietal leeren kennen, en zal met stil-
zwijgen voorhijgaam den octant, den hoekmeter van Wollaston, den sextant,
een werktuig, dat door eene hoogst zinrijke, zeer doelmatige en sierlijke in-
rigting, door zijnen kleinen omvang, gemak in de behandeling en veelvuldige
aanwending zich zeer boven de meeste meetkunstige werktuigen onderscheidt.
Om deze schoone toestellen naar eisch te leeren kennen, behoort men al weder
bedrevenheid in de meetkunde te bezitten.
Het eerste werktuig, waarvan ik melding wilde maken, is uitmuntend ge-
schikt om kleine ligchamen, zooals bloemen, kapellen en andere natuurlijke
voorwerpen af te teekenen. Fig. 163 geeft er eene voorstelling van. eis een ge-
Fig. 163.
woon teekenbord met een vel papier
bedekt, a b c d is eene dunne vierkante
glasruit, die op het teekenbord lood-
regt overeind staat, door middel van
het houten stijltje ƒ, dat een sleuQe
g g bevat, waarin met twee houten
klosjes de glazenplaat is bevestigd; k
is de plaats op het teekenbord, waar
men het voorwerp brengt, dat men wil
afteekenen. Om nu bij voorbeeld eene
kapel na te teekenen, zet men het
stijltje ƒ regt voor zich, legt de kapel
iu het punt A:regts van het glas, houdt
het oog in het punt h een weinig regts
van den kant a d van het glas, ziet nu naar het midden i der ruit, en teelent