Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
sSSi

uit ïi rciio looillijii n l op lu»t vlak vasi don spiegel vallen, en verlenge hanr zoo
ver, lot lint l b B l zij ; dan ligt in6 het beeld van het punt B. Dit wordt
ook beveiligd, indien men weder de liehlstralen B h en B p trekt; deze worden
wetler onder hoeken, gelijk aan de invallingshoeken, volgens de lijnen h i en
p (j teruggekaatst, welker verlengden elkander in b ontnioelen ; a b zal dien ten
gevolge het beeld van J B zijn en men kan uit de bewerking, die ons tot de ken-
nis van deu stand en de ligging van het beeld geleid heeft, zeer goed besluiten,
dat de door vlakke spiegels voortgebragte beelden die grootte en gedaant*zul-
len hebben, waaronder wij de ligchamen, van welke dc beelden afkomstig zijn, on-
middellijk zien zouden, e;i dat die beelden zich even ver achter den spiegel zullen
vertoonen, als de ligchamen ervóór liggen. Mogt het nog niet regt tluidehjk zijn,
hoe de vrij ver uiteenloopende, teruggekaatste stralen mn,fg, h i en p q door
liet oog kunnen worden opgevangen, men bedenke dan slechts, dat men die
stralen oneindig digt bij elkander had kunnen nemen, maar dat zulks in de
(ignur niet is gedaan, ten einde de lijnen niet te veel in elkander zouden loopen.
rig. 162 stelt twee spiegels W X en Y Z voor, welke verschijnselen opleve-
Fig. 162.
ren, geheel overeen-
komstig aan die, op
bladz 314 onder den
naam van veelvoudige
echo vermeld. De ge-
zegde spiegels maken
met elkander eenen
ri'gten hoek. Tusschen
deze zet men een kaars-
licht a, en in plaats
Nan twee beelden van
het licht in a' en a",
of- in eiken spiegel
een, te zien , ont-
dekt men cr nu een
derde in^a" bij ; hoe
ontstaat dit derde
beeld ? Stelt, dat het
oog cle lichtstralen op-
vangt iu O. De plaats
waar, uit dat punt
de beelden en a" ian
het licht a worden gezien, kunt gij gemakkelijk vinden door loodlijnen a i cn
at" uit/T, op de beide spiegels te laten vallen, en op derzelver verlengden ai
- ai CU a'i' ai' te nemen. Maar ouder al de lichtstralen, die van a uit-
gaan, zijii er, die door den cencn spiegel naar den anderen worden tenigge-