Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
330
elke tand, om de plaats van eene opening in te nemen, | / ^^ ÏS"^
seconde noodig In dien tijd doorloopt het licht 1726G el, en derhalve in
1 seconde 17266 X 18720 323219520 el; en omdat 1 g. m. gelijk aan
7420 el mag gesteld worden, legt het licht ruim 4^000 g. m. in elke seconde
af. Ziedaar eene treffende overeenstemming met de sterrekundige waarnemingen
boven vermeld
Men zou op dergelijke wijze, maar in een' omgekeerden zin, redenerende
als op bladz. 308 bij de behandeling van het geluid is geschied, het aantal
trillingen of ethergolven kunnen berekenen, dat er in eene seconde bij
lichtopvvekking plaats grijpt. Men heeft bevonden, hoe, zal later worden ver-
klaard, dat de lengte van de langste ethergolf, dat is van die door rooil
licht voortgebragt, 0,00074 strepen bedraagt; dit geeft dus op den bovcii-
staanden afstand van 323219520 el in 1 seconde, ruim 4^0 billioen trillingen,
alzoo maakt elk etherdeeltje bij rood licht in eene seconde 430 billioen tril-
lingen of golven. Dit rs alzoo de laagste licht-toon, dien het oog gewaar wordt,
en de trillingen bij deze bedragen dus ruim 26 billioen maal meer, dan de
laagste toon, die door het oor kan worden opgevangen (zie bladz. 308).
Of de sterkte of intensiteit der'ethergolven, die op den weg van eenen licht-
straal zijn gelegen, door den verhazenden afstand, dien zij in de wereldruimte
doorloopen, wordt verzwakt, hiervan is nog niets met zekerheid bekend; zeer
waarschijnlijk heeft er geene afneming in lichtsterkte plaats. Welligt meent
men, dat lichten, die in onze nabijheid zijn geplaatst, zulks schijnen te weer-
spreken : maar er is hier sprake van een' enkelen lichtstraal, van een', waarop
de ethertrillingen zich slechts in de lengte uitstrekken, breiden de trillingen, in
een lichtend punt voortgebragt, zich in alle mogelijke rigtingen uit, dan heeft
er verzwakking plaats van licht, naarmate zich dit in eene grootere ruimte
voortplant. Dat wij de middelen trachten op te sporen, om in dit opzigt dc
sterkte van het licht te bepalen.
Indien men in eene donkere kamer eene brandende kaars brengt, worden zoo-
wel dc vloer als de zolder en de zijwanden door het licht bestraald, en wij zien,
dat het licht zich vnn het lichtgevende ligchaam naar alle zijden in alle rigtingen
versoreidt. De ethergolven breiden zich dus even als die der lucht in holvonnige
ruiuilcn uit. Deze eigenschap vindt men ook bij de zon bevestigd. immers zij
verlicht al de bollen van ons jdnnetenstel.-cl, aan welke zgde zij zich ook be'
vinden mogen.
Onderzoekt men, waar dc kamer het sterkst is verlicht, zoo ziet men, dat dit
plaats grijpt in de onmiddellijke nabijheid der kaars. Hoe verder nu'n zich van
haar verwijdert, des te flaauwer wordt het licht. De wet, volgens welke de
lichtsterkte afneemt, komt overeen met die, welke wij bij de zwaailekr.iclit en
het geluid opmerkten 'zie bladz. 29 cn 286). Door de volgende rfdeiiering wor-
den wij er toe geleid.