Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
329
In den kijker B was onder een' lioek van graden een stuk niet verfoelied
spiegelglas r bevestigd, dat door eene zij-opening m het licht ontving van
eene zeer helder brandende lamp n, en het daarna terugkaatste door het oog-
glas ab naar c cl. Door dit laatste glas heen gaande, en in den kijker ^drin-
gende, werden al de lichtstralen, even als door een brandglas, en wel volgens
later te verklarene gronden, in^het punt i vereenigd, en hier door eenen spie-
gel op nieuw teruggekaatst naar den kijker B; door het voorwerpglas ab
werdende teruggekaatste stralen weder in ƒ zamengedrongen, en konden dus,
door den] spiegel r heengaande, door middel vau het oogglas s worden waargeno-
men, nadat zij twee malen den afstand van 8633 of 17266 el hadden doorloopen.
Aan dat deel van den wand des kijkers /?, tegenovergesteld aan deu kant,
door welken het licht n drong, was eene tweede opening p gemaakt, waardoor
de rand van een getand rad p <j tot in het midden van den kijker reikte. Dit
rad verbeelde men zich in de teekening op den kant te zien, en stelle zich
voor, dat het om eene as v w, buiten den kijker liggende, door middel van
een raderwerk kan worden rondgevoerd; het aantal omdraaijingen van dit
rad wordt door eeu' wijzer aangegeven. De tanden zijn niet anders dan eenig-
zins diepe snijdingen iu den omtrek. Bij den gebezigden toestel waren er 720
tanden eu derhalve even zoovele even groote openingen aanwezig, zoodat
elke tand of opening deel van deu omtrek des rads bedroeg.
Stelt nu eens, dat eene der openingen vau het rad zoodanig voor den spie-
gel staat, dat het vau n komende en door r teruggekaatste licht er kan door-
treden; zoo nu het rad stil blijft staan, kan het licht den spiegel t bereiken,
weder van daar naar ƒ terugkeeren, eu door het oogglas s gezien worden.
Wordt echter, zoodra het licht door de ruimte tusschen twee tanden vau het
rad eu door het glas a b naar i is vertrokken, het rad oogenblikkehjk zoover
omgedraaid, dat er een tand op de plaats treedt, waar vroeger de opening
was, dan kan het oog bij s de teruggekeerde stralen niet opvangen, want
deze vinden bij hunne terugkomst de opening, door welke zij heengingen, ge-
sloten j het is derhalve donker in den kijker. Wordt vervolgens de beweging
van het rad alzoo gelijkmatig, met de vereischte snelheid voortgezet, dan volgt
er weder eene opening, waardoor licht naar i vertrekt, en dan op nieuw een
tand, die het teruggekeerde onderschept, zoodat het voortdurend donker in
den kijker blijft. De tijd, die er dan verloopt, om een' tand de plaats der
opening te doen innemen, is die, welken het licht noodig heeft, om tweemalen
den afstand van A tot B of 17266 el te doorloopen. Toen het rad bijna 13
maal in eene seconde rondliep, werd het voor de eerste maal volkomen duister
iu den kijker; bij eene dubbele snelheid werd het licht weder gezien; bij
eene driedubbele was het op nieuw donker. Ten einde dus het licht bij deu
terugkeer tegen een' tand te doen stuiten, die onmiddellijk op de opening
volgt, door welke het vertrok, moet het rad zóó snel wordeu rondgevoerd,
dat eene geheele omwenteling in ruim seconde wordt volbragt; alzoo heeft
15"