Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
328
gaat, het punt d tot in c in de rigting van het pijltje is verplaatst, dan zal dc
kogel het tweede gat niet in c maar in d maken. De openingen d en b liggen nii
niet in e'éne rigting met het kanon, en iemand, die de verplaatsing van het schip
niet heeft opgemerkt, zal meenen, dat het kanon in de rigting db e ligt. Hoe
grooter de hoek d b c is, hoe sneller het schip zich heeft bewogen. Uit de
grootte van dien hoek en de bekende snelheid dc van het schip, kan men dc
hjn c 6 of de snelheid van den kogel in dien zelfden tijd berekenen.
Verbeeldt u nu, dat het schip de aarde is, a eene vaste ster, dc dc snelheid,
waarmede de aarde om de zon loopt, die 4.H Q- d® seconde bedraagt,
en 6 c de snelheid met welke het licht zich voortplant; dan noemt men den
hoek dbc of e b a, die voor alle sterren 20,25" groot is, de aberratie van het
licht, en uit dezen en de overige gegevens laat zich de laatstgenoemde snelheid
berekenen; zij wordt langs dezen weg gevonden 4^400 g- in de seconde te
zijn. Den aberratie-hoek vindt men, wanneer eerst de juiste en ware plaats der
ster wordt waargenomen, terwijl de aarde zich in eene rigting naar haar toe
beweegt, en vervolgens dien stand te vergelijken met dien, waarin wij haar mee-
nen te zien, indien de aarde zich even als het schip volgens eene hjn verplaatst,
die loodregt op de laatstgenoemde rigting staat. De overeenkomst van deze
laatste uitkomst met die, welke de waarneming der manen van Jupiter geeft,
levert een krachtig bewijs op voor de waarheid der stelling. De aberratie strekt
tevens ten bewijze, dat de aarde eene cirkelvormige beweging heeft.
In den laatsten tijd heeft de fransche geleerde Fizeau met gelukkig gevolg
beproefd, om zonder sterrekundige waarnemingen de voortplantingssnelheid
van het licht te berekenen, en daartoe bezigde hij zelfs betiekkehjk zeer kleine
afstanden op de aarde. Ziehier zijne handelwijze.
Hij plaatste op 8633 el of ongeveer 1 \ uur gaans afstands twee verrekijkers
y/en B (zie fig. 156), in zulk eene stelling, datmenjuist door eiken kijker hel
voorwerpglas ab of cd van den anderen zien konde,
Fig. 156.