Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
822
pttllingon onze tooNlngt nemen. Üet kan mijn oogmerk niet zijn, aangaande
die verscliillende vooronderslellingen in wijdloopige beschouwingen te treden,
want het zou weinig nut aanbrengen. Ik wil er evenwel iets van zeggen, en de
twee vóórnaamste theoriën betrekkelijk den aard des lichts vermelden.
De eerste der onderstellingen neemt aan, dat het licht eene stof is, welke uit
ondenkbaar fijne deeltjes bestaat, die door het lichtgevend ligchaam naar alle
zijden heen met eene ongeloofelijke snelheid worden voortgestooten, en die ein-
delijk onze oogen aandoen Die lichtstof onderstelt men zoo fijn eu ligt, dat zij
niet aan de wetten der zwaartekracht is onderworpen. Men bestempelt deze leer
ten aanzien des lichts met den naam van emariatic-theorie, dal is lutulni'ijinys'stclscl.
De tweede onderstelling leert, dat er eene ongemeen ligte, onweegljare, veer-
krachtige, volkomen doorschijnende vloeistof in het gansche wereldruim aanwe-
zig is ; men noemt die ether. Deze zou zich echter niet alleen in de onmeetbare
ruimte, die demillioenen hemelbollen van elkander scheidt, bevinden, maar ook
alle ligchamen doordringen, en de ledige plaatsen aanvullen, welkeer inde lig-
chamen tusschen de weegbare stof, waaruit zij bestaan, gevoiulen wonlen, zoo-
dat de atomen als het ware in den ether zwemmen. Men meent, dat deze ether
door het licht in trilling of golving wordt gebragt, evenals de lucht door de
trilling van een geluidgevend ligchaam; dat deze trillingen het oog aandoen,
en alzoo de gewaarwording te weeg brengen, die wij met den naam van zien
uitdrukken. Die verklaring aangaande het ontstaan van het licht noemt ineu
de vibratie theorie, d. i. het stelsel der golving of trilling.
De eerste hypothese werd door den grooten Newton bekend gemaakt, de
tweede door onzen eenigen Huyghens, mannen, beide u reeds van vroeger 1k>
kend. De leer van Huyghens of de vibratie-theorie heeft in den laatsten tijd de
meeste aanhangers gevonden, cn de gegrondheid ervan werd gedurende de
laatst verloopene jaren door menigvuldige proefnemingen, van welke gij later
in andere werken veel uitvoeriger dan wij er hier over zullen spreken, kennis
zult kunnen nemen, schier buiten allen twijfel gesteld. Hoofdzakelijk hebben,
behaUe Huyghens, Descartes eu Euler, de natuurkundigen Young, Fresnel, en
Fraunhofer aan deze leer vaste grondslagen gegeven. Zelfs heeft de groote ster-
rekundige Encke bet gewaagd, om de verkorting van 1,8 dag, die hij bevond,
dat er zich sedert 1786 regelmatig in den omloopstijd eener door hem ontdekte
komeet opdeed, en welke omloopstijd jaar bedraagt, toe te schrijven aan
den wederstand, dien de ether, te midclen van welke de komeet rondom de
zon zweeft, aan deze beweging veroorzaakt.
\Yij willen dus in onze verklaring van dc werking des lichts de vibratie- of
golvings-theorie als de ware aannemen. Als zoodanig vonden wij het doelmatig,
om de behandeling vau het licht op het geluid te doen volgen. Bij de waarne-
ming van dit laatste toch, gaven wij op bladz. 28^ en vervolgens eene verklaring
der luchtgolven, en al wat daar is gezegil aangaande de lengte eener golf, het
wezen eener golf, enz. moet men ook op den ether toej>assen.