Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
S19
kelijk aan den mensch ooren gaf» die wijd van het hoofd afstonden, en voorzien
van spieren, door welke zij naar verschillende zijden konden bewogen worden.
De mensch heeft, zegt men, zijne ooren zelf bedorven, door ze vast aan het
hoofd te drukken en de spieren krachteloos te maken. De gehoorgang 6 is ver-
der van een bitter, slijmerig vocht voorzien, hetwelk dient, om stof en kleine
insecten den toegang tot het oor te belemmeren: gebeurt het dat er een diertje
is binnengedrongen, dat, zonder beleediging van het gehoor, er niet uitgehaald
kan worden, het zal er in sterven en de vergane deelen zullen door het genoemde
vocht van zelf uit het oor worden afgevoerd. Het is echter altijd aan te raden om
het oor tegen de indringing van zulke gasten door boomwol of eenen doek te be-
schermen, indien men zich op plaatsen, bij voorbeeld in het gras of hooi, mogt
nederleggen, waar vele soorten van insecten leven.
De zamengetrokkene luchttrillingen gaan verder door den gehoorgang en val-
len op eeu vlies c, trommelvlies genoemd, hetwelk schuin over de gekoortrommel
of trommelholte c gespannen is, eu deze van den gehoorgang scheidt De trom-
melholte bevat eene kleine opening, waarin eene buis ƒ uitkomt, trompet of
Eustachiaansche buis genoemd, die achter in den mond of de keel eenen aan-
vang neemt, en derhalve de gemeenschap daarstelt tusschen de buitenlucht en
de trommelliolte. Door deze inrigting kan de lucht, die altijd in laatstgenoemde
holte aanwezig is, zich telkens bij de ademhaling vernieuwen en bestendig iu
evenwigt blijven met de drukking van den dampkring. Het verklaart zich hier-
door, waarom menschen, die zeer moeijelijk hooren, den mond openhouden in-
dien men met hen spreekt.
Nog vindt men in de trommelholte twee openingen door vliezen gesloten;
de eene wordt het ovale en de andere het ronde venster genoemd.
Verder bevat de trommelholte in zich vier kleine regelmatig gevormde been-
deren, gehoorbeentjes, die naar hunne gedaante den naam hebben verkregen van
hamer (j), aanbeeld (m), linsvormig been en stijgbeugel (r), en die in de opge-
noemde orde eene onafgebrokene schakel vormen. De hamer (i) ligt over zijne
geheele lengte tegen het trommelvlies bevestigd ; het andere einde der 'schakel,
de stijgbeugel, is gehecht aan het vlies van het ovale venster (r). Dit vlies scheidt
de trommelholte van eene tweede afileeling van het oor, het labyrinth of de dool-
hof. Deze afdeeling bestaat hoofdzakelijk uit twee deelen, vooreerst een slak-
vormig omgebogen kanaal (s), onder den naam van slakkenhuis bekend, waarvan
het eene einde in den zoogenaamden voorhof uitkomt, welke van de trommel-
holte is afgescheiden door het vlies van het ovale venster; en ten andere uit
drie half cirkelvormige kanalen (v), welke weder met den voorhof gemeenschap
hebben en allen met eene grijsachtige vloeistof zijn opgevuld. Het labyrinth is
geheel met water opgevuld; in dit water reiken de gehoorzenuwen n, die elke
trilling, welke door het trommelvlies en de schakel van kleine beenderen aan
de vloeistof overgeplant worden, overnemen.
Welke bestemming al deze onderscheidene deeleu hebben, waarom zij zoo eu