Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
3J7
Waarom houdt het gehiid eener trom zoo korten tijd aan?
Waarom zal een instrument onder water eenen lageren toon geven dan in de
lucht, en in deze weder lager dan in hel waterstofgas.
Waarom hehhen de warmte en vochtigheid invloed op de toonhoogte der sna
ren? en zou het waar zijn, dat deze verandering in toonhoogte zou kunnen
dienen, om den graad van vochtigheid en warmte te bepalen?
Waarom kan men met glazen, die tot op verschillende hoogten gevuld zijn,
verschillende geluiden voortbrengen ?
Waarom kunnen de insecten door de vleugels dikwijls verschillende toonen
doen hooren?
Waarom worden er eenige der stukjes papier, welke men op de snaren eener
forte-piano werpt, afgesmeten, indien men eenen toon aanslaat, en waarom blij-
ven anderen liggen?
Verklaar tle werking der zoogenaamde zang glazen.
Zou door de echo de breedte van een water of de afstand van een of ander
gebouw bepaald kunnen worden?
Waarom is hel niet hetzelfde hoedanig de muzijkzalen worden gebouwd, en
waarom moeten deze vlakke, kale wanden hebben :
Waarom maken kamers met veel meubelen bezet, of met kleeden bevloerd,
alle klanken dof?
Waarom worilt het geluid voor ons \ ersterkt, indien men de holle hand ach-
ter het oor houdt?
Waarom plaatst men klankborden boven predikstoelen?
VIJF EN VEERTIGSTE LES.
De stem en het gehoor lan den menseh.
Wij willen deze afdeeling sluiten met nog eenige oogenblikken stil te staan
bij de beschouwing van de volmaakte inrigting der werktuigen, die den mensch
geschonken zijn, om zijne gewaarwordingen aan anderen te kunnen medetleelen
en die van anderen te kunnen verstaan, werktuigen, welke derhalve dienen, om
geluiden voort te brengen en geluiden op te vangen : wij zullen dus over de stem
en het gehoor spreken. Ik kan er intusschen niet breed over uitwijden, en wil
u dus alleen mededeelen, voor zoo verre dit bekend is, op welke wijze en waar-
door de mensch hel geluid voortbrengt en opvangt: voor zooverre dit bekend
is, want de moeijehjkheid om daartoe proeven met levende schepselen te nemen,
en de nog eenigzins onvolledige kennis, welke men aangaande het geluitl heeft,
zijn hinderpalen, die nog geene bevredigende uitkomsten toelieten.
De stem, die het liefelijkste is aller geluiden, wordt hoofdzakelijk voortge-
bragt dt)or twee vliesjes of dunne huitljes, welke zeer nabij elkander links en