Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm.
Bil
gelijke snelheid elkander opvolgeny ab die van het toongevende ligchaam. Wij zyn
het dus volmaakt met den grooten franschen natuurkundige Pouillet eens, als
hij zegt : »er is welligt geene enkele groote klok van eenig kerkgebouw, die niet
op eene merkbare wijze enkele kolommen, of enkele aanzienlijke brokken van het
groote geheel, door hare toonen doet medetrillen." Ziedaar de reden, waarom
meu eene harp, guitar of geopende forte-piano, die in eene kamer geplaatst is,
waarin gesproken wordt, nu eu dan eenen toon hoort geven. Neemt gij in aan-
merking, dat alle hout, en dus ook dat van eenen zangbodem, nit verschillende
vezelen of draden bestaat, die zeker met verschillende toonen overeenstemmend
zijn, zoo zult gij het niet van allen grond ontbloot vinden, wanneer iemand zegt:
mijne forte-piano klinkt in dezen toonaard beter dan iu dien ; de g en o hebl)en
eenen bij uitstek vollen, sterken toon, enz.
Nog twee merkwaardige proeven wil ik vermelden, die èn het medeklinken èn
de interferentie overtuigend bewijzen. In fig. 150a, die men mag vooronder-
Fig. 150rt. stellen omtrent ^»y van de ware grootte te
hebben, stelt A eene metalen geluidsplaat
voor, in het midden op eenen houten voet
raet eene enkele schroef bevestigd, a b c is
eene twee-armige vierkante buis uit dun
hout of bordpapier gemaakt, die met het
boven eind in de vierkante opening des bo-
dems van een vierkant bakje sluit, dat van
dezelfde stof is ver\'aardigd en van boven is
overdekt met zoogenaamd goudvlies d e gf
zeer dun papier, dat men niet al te sterk
aanspant; op het vlies strooit men een wei-
nig zand. Strijkt men nu de plaat tegenover
4 aan, zoodanig dat zij den laagsten toon
geeft, en de rustlijnen, zigtbaar geworden
door het ook op de plaat gestrooide zand, de hoekpuutslijnen der plaat beschrij-
ven, en men houdt nu de openingen der beenen a en c vau de buis digt aan de
plaat over de vakken 1 en 3 of 4 en 2, zoo zal het zand op het vlies in eene le-
vendige beweging geraken. De plaatsen 1 en 3 of 4 en 2 bevinden zich namelijk
voortdurend iu gelijke golving, beide deelen slingeren gelijktijdig in d ezel file
rigting op en nederwaarts; zij voeren derhalve gelijktijdig verdikkingen en ver-
dunningen der lucht in de beide opene einden der buis ; deze golven versterken
elkander in en het vlies d e deelt in die golving. Houdt men de beide ope-
ningen boven 1 en 4 of 2 en 3, zoo blijft het zand stil liggen; want terwijl de
deelen 2 en 4 zich opwaarts bewegen, gaan 1 en 3 benedenwaarts ; terwijl alzoo
in het eene been eene luchtverdunning plaats grijpt, wordt er in het andere
oene verdikking voortgebragt, en beide in het l>ovendeel b zamenkomendc, zoo
vernietigen zij elkander.