Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
309

fen zijn begre|>eu, die waterstofgas ontwikkelen (zie bladz. 2i2); in den hals is
eene regte, dnn uitgetrokkene glazen buis bevestigd, van eene kleine opening
voorzien. Indien men nu het waterstofgas, dat uit deze opening ontsnapt, eenige
oogenblikken na de ontwikkeling er van aansteekt, en men houdt over de \lam
eene glazen, houten of bordpapieren buis in de rigting, zooals de figuur aan-
gwft, zoo verneemt men zeer krachtige, volle toonen. Iu de teekening is de buis
voorgesteld als van boven gesloten, zij moet echter aan beide einden open zijn.
Hoe naauwer de buis is, hoe hooger de toon wordt. Wat is nu de oorzaak van
het ontstaan dezer toonen? — Indien de waterstof door de naauwe buis l in den
dampkring treedt, wordt zij, zooals u bekend is, door het bijbrengen van
een brandend ligchaam met de zuurstof van den dampkring vereenigd; deze
vereeniging vormt water, en werkelijk worden weldra de wanden der buis B
met verdikten damp bedekt Die verdikking geschiedt plotseling, en bewerkt
derhalve op eenigen afstand van de vlam eene luchtverdunning of liever een
luchtledig, dat spoedig door de omringende lucht wordt aangevuld. Dit ver-
schijnsel komt met eene buitengewone snelheid terug, en gij begrijpt derhalve
ligtelijk, dat hieruit een toon kan ontstaan, welks sterkte en diepte afhangt
van de grootte der vlam en de afmetingen der buis B. Men noemt den kleinen
toestel, die eenen voortdurenden en brandenden stroom waterstofgas geeft, de
philosophische lamp van Priestly of chemische harmonica. Het was Higgens, of
volgens anderen de Ia Rive, die in 1777 het eerst deze proeve beschreef.
VIER EN VEERTIGSTE LES.
De mededeeling en terugkaatsing der geluids-trillingen.
Reeds de eerste proefneming aangaande het geluid leerde ons, en ik heb daar-
op ook uwe aandacht bepaald, dat de vaste stoffen., die onmiddellijk in aanraking
zijn met het trillende of geluidgevende ligchaam, in de beweging van dit laatste dee-
len. Dit konde niet wel anders : immers de aangrenzende stoffen maken met het
trillende ligchaam als het ware slechts één geheel uit. Dat deze mededeeling van
beweging gemakkelijker en volkomener geschiedt aan zeer veerkrachtige lig-
chamen dan aan onveêrkrachtige, hiervan overtuigt ons de rede en de onder-
vinding. Ik heb u reeds op den bouw van violen, fortepiano's, harpen, enz.
gewezen als uitmuntend geschikt, om de trillingen der snaren door het hout
over te doen nemen en daardoor het geluid te versterken. Wil men eene krach-
tige proeve van versterking des toous door de aangrenzende ligchamen, dan
neme men eeue stemvork. Brengt men een harer beenen door een' stoot in tril-
ling, dan hoort men bijna niets van den toon, zoo lang men haar vrij in de hand
houdt, maar zoodra zet men haar niet op tafel, of de toon wordt sterk en vol.
Hoedrooger, veerkrachtiger, en gelijkdradiger het hout is, waaruit de bladen
eener viool, guitar, de zanglx)dein eener piano, enz., zijn zamengesteld, des te
sterker en welluidender is de toon van het instrument. Sommige piano-ver-
14'