Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
SOS
luchtstroom, welke hij n iu ile buis treedt; deze toch drukt tegen de tong ff oül
zich een' uitweg te banen, dringt door de groeve o en geraakt naar buiten. De uit
den cvenwigtstoestand gebragte tong/ keert weldra terug door hare veerkracht,
en maakt alzoo trillingen, die zich aan de luchtkolom in de pijp d b c e mededee-
len. De buis r s is in de stop / bevestigd, die de bovenste toongevende luchtkolom
F»'./. I van den voet afscheidt. Destaaf n is desteuidraad; deze dient om,
door hem oi>- of nederwaarts te schuiven, het trillende gedeelte der
tong te verlengen of te verkorten en alzoo den toon le wijzigen.
In de verzamelingen van natuurkundige werktuigen vindt men de
beschrevene pijpen, voorzien van een of meer glazen wanden, ten
einde te kunnen waarnemen, wat er inwendig geschiedt. De laag-
ste toon, dien men bij de orgelpijpen gewoonlijk gebruikt, is die,
welke eene gedekte pijp voortbrengt van 16 voet lengte. Die toon
wordt uitgedrukt door C. Wij geven hier voeten aan, omdat
deze maatseenheid nog altijd bij de orgels in gebruik is.
Het is zeer goed mogelijk, om de lengte van de geluidsgolven
van zulk een' toon te berekenen, want wij kunnen door het rad
van Savart weten, dat die toon ruim 16, juister 16,4, trillinj^n
in eene seconde maakt ; daar nu het geluid 1050 voeten in eene
seconde doorloopt, zoo heeft men dezen afstand slechts door
16,4 ^^ deelen en wij vinden alzoo 64 voet voor de lengte der
geluidsgolf van dien toon. Zoo dit niet duidelijk mogt zijn, zal
de volgende redenering helilerheid in de zaak geven. Men ver-
beelde zich 1050 voet van de geluidsbron verwijderd te zijn, die
de gezegde C'voortbrengt ; dan komt de eerste geluidsgolf na 1
seconde tot ons, de tweede volgt binnen J^ seconde de eerste op,
en weldra is de geheele afstund gevuld met 16 staande slin-
geringen, die dus elk 64 \oet lang. Zoo zouden wij de lengte
der golven van eiken toon kunnen berekenen.
De geslotene pijp van 16 voeten heeft alzoo | van de golflengte
des toon», dien zy voortbrengt ; eene ongedekte pijp zal 32 voet
lang moeten zijn.
Er bestaan nog andere speeltuigen, die op de wijze der orgel-
pijpen toonen voortbrengen ; hiervan geven de klarinet, fagot,
hobo en dergelijke voorbeelden ; al deze speeltuigen toch bezitleu
een mondstuk, uit twee dunne bladen bestaande, welke door
een' luchtstroom in trilling gebragt worden.
Aan het slot dezer les willen wij nog ee.né andere .soort van
trilling der lucht va-melden, die insgelijks op eene merkwaar-
dige wijze toonen voortbrengt, en waarvan u de verklaring
moeijelijk zou kunne-ii vallen. Het toestelletje, daartoe benoo-
digd, bestaat in eene kleine flesch J (fig 150), waarin de stof-
Fig, 150.

mm