Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
304
op de plaat voort tot aan hare grenzen, daar wordt zij teruggekaatst, de oor-
spronkelijke komen met de teruggekaatste in zamenwerkingof interfereren elkan-
der, en er ontstaan staande slingeringen, waarhij zich de oppervlakte in even-
matige trillende deelen verdeelt: de plaats waar aangestreken wordt en die, waar
men de plaat bevestigt, moeten dus noodzakelijk op deze verdeeïing invloed
uitoefenen. De aaneenschakeling der rustpunten vormt dus al de rusthjuen,
welke meu het zand ziet beschrijveu. Chladni en Savart hebben door tallooze
proefnemingen de figureu, welke deze lijnen daarstellen, en die naar den eersten
Chladniscke klankfiguren genoemd worden, aandachtig gadegeslagen. Ziehier een
zestal vau de fraaiste (fig. 145). Hierin beteekent a het punt, waar de plaat is
Fig. 145. aangestreken, en6 de plaats,
waar zij vast geklemd was.
De genoemde geleerden
hebben bevonden, dat al-
leen zuivere, aangename
toonen regelmatige figuren
makeu, terwijl zulks bij
onaangename toonen, die
gewoonlijk ontstaan door
de plaat in eene scheeve
rigting te strijken, het ge-
val niet is ; weder een be-
wijs, dat unaangcnamt; gtluicieu met oniTgelmatige, en aangename met regelma-
tige trillingen gepaard gaan. Verder ontdekten zij, dat hij de hoogste toonen de
meeste rustlijnen, en dus ook de meest zamengestelde figuren ontstaan, waaruit
volgt, dat met de hoogte van den toon de uitgebreidheid van het trillend gedeelte
vermindert. Savart heeft de, verscheidene honderdtallen beloopende, figuren on-
der zekere klassen gerangschikt, en wel bepaald naar het verschil tusschen het
getal horizontale en het getal verticale lijnen, dat zich in eene figuur opdoet.
Fig. 146 stelt een viertal klankfiguren voor, waarin de rustlijnen evenwijdig
1
Fi(j. 146.
aan de zijden van de glasplaat loopen, ter-
wijl fig 147 vier figuren zigtbaar maakt,
l)ij welke de rustlijnen evenwijdig zijn aan de
hockpunt.'^lijnen der p'aat.
In fig. 148 vindt men de afteekening vau
eenige fignivn, die door ronde plagen worden
voortgebragt. Men kan op de schijf de eerste
der vier figuren doen ontstaan, welke hier
worden voorgesteld (zie fig. 148). door de
pl;iat iu het jMint a vast te klemmen eu by
h aan te strijken. Dit is tevens de langste,
toon, welken uien het glas kan doen voort-