Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
315
men dus in getal met de tanden overeen, eu \Tij zullen later verklaren waaron}
juist die getallen genomen zijn. Worden nu door middel van het rad a fig. 27a
en den riem de schijven snel iu de rondte gedraaid, cn houdt men aan de om-
trek eeu kaartenblad tegen de tanden aan, zoo verneemt meu een' toon, die des
tcj hooger is, naarmate men het blad tegen eene schijf houdt, die meer landen be-
vat. Plaatst men zich voor het rad ^eu blaast men, terwijl het ronddraait, door
eene penneschacht of eene naauw toeloopende buis er sterk tegen aan, cn wel op
de plaats, waar zich een cirkel van openingen beviinlt, dan ontstaan er toonen; zij
zijn ook weder hooger als meu de buitenste cirkels gebruikt. Het gelukt bij eenige
oplettendheid zeer goed, om met dit eenvoudige werktuig het aantal trillingen
in de seconde te tellen; daartoe moet men weten, hoeveel maal de spil E G rond-
gaat, terwijl het rad a zulks eenmaal doet, cn hij. die aan de kruk r draait (zie
fig. 27a) moet tellen, hoeveel keeren hij het rad in een zeker aantal seconden
heeft rondhewogen. Men bemerkt, dat het werktuig eene gebrekkige nabootsing
is van dc sirene eu het getande rad vau Savart. De inrigting is intusschen uit-
muntend geschikt, om zich een juist begrip vau de zaak te verschaffen.
Dat wij thans door middel van het derde der genoemde werktuigen onderzoe-
ken, in welk een verband dc lengte der snaren staan tot het aantal trillingen en
dus ook tot de hoogte van den toon, welke zij voortbrengen. Fig. I4I beeldt dc
Souometer af. Er 15
Fig 141.
slechts eene snaar a h
op gespannen, die, ot
uit metaal, of uit in
elkander gedraaide
darmen kan gemaakt
zijn; zij wordt tegen
gehouden in a door
eene pen of stift, rust
op het beweegbare
steunsel c, een dergelijk als de kam eener viool, loopt over het schij^e b cn is
op eenigen afstand vau daar verbonden aan een gewigt rf, hetwelk naar welgeval-
len kan veranderd worden. De holle kast, waarboven de snaar ligt, is uit dro(»^,
dun, veerkrachtig hout vervaardigd, en voorzien van eenige openingen, teu einde
door dit eeiken ander den toon te versterken. Op dc kast ziet men eene verdeelde
schaal, door welke men kan ontdekken, waar het steunsel c moet geplaatst wor-
den, om de helft, een vierde, enz. vau de snaar af te snijden. De volgende wet-
ten, ten gevolge van naauwkeurige berekening ontdekt, zijn door dit werktuig
proefondervindelijk bewezen.
1In ikzelf de reden, waarin eene snaar korter wordt, vermeerdert het aantal harer
trillingen. Men doet eene snaar op de gewone wijze, door middel van den strijk-
stok, eenen toon voortbrengen ; neemt aan, dat dit dc ® zij. Wij kunnen dien toon
ook door de sirene of het rad verkrijgen, en het aantal trillingen in elke seconde