Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
289
geeft; de gelui<lstrilling wordt door dezen I)onw veel krachtiger : want het zijn
allen vaste veerkrachtige ligchamen, die in de trilling der onmiddellijk met hen
in aanraking zijnde geluidgevende ligchamen deelen; vau daar nog, dat men de
toonen eener snuifdoos, die van speelwerk is voorzien, aanmerkelijk kan versterken,
door de doos tegen eene deur te houden of op een wijnglas te liggen ; van daar
eindelijk, dat de geneesheer het einde van eenen houten cilinder (stethoskooj))
op de horst of den hals van den zieke, cn het andere aan het oor houdt, om
daardoor te ontdekken, welke verschijnselen zich bij de ademhaling of de bloeds-
omloop van den lijder opdoen.
De snelheid, waarmede de vaste ligchamen het geluid geleiden, is voor on-
<lerscheidene stoffen zeer verschillend. Chladni heeft daaromtrent menigvuldige
proeven genomen. Zilver geleidt het geluiil 9 maal sneller dan de lucht, eiken-
hout lOj maal, koper 12 maal, ebbenhout 14| maal, lindenhout 15 maal, glas
en ijzer 16j maal enz. Door de snelheid dier overplanting wordt het mogehjk
oiu eenen slag, die tegen het einde van eenen zeer langen muur wordt gegeven,
aan het andere einde tweemalen te hooren : eerst kan men den slag vernemen
door de overbrenging der trilling van den muur zeiven, indien men slechts het
oor tegen het einde van den muur drukt, en naderhand nogmaals door de gol-
vingen of trillingen der lucht, zoo men het oor, na het eerste geluid waargeno-
men te hebben, onverwijld van den muur verwijdert.
Toepassing cn*
Waarom kunnen alleen veerkrachtige ligchamen geluid geven?
Op welken grond kan men zeggen, dat eene groote menigte soldaten, die op
dezelfde muzijk of denzelfden trom marcheren, geen' gelijken tred houden?
Waarom vlugten de soldaten oogeublikkehjk achter den aarden wal in eene
gracht of iets dergelijks, zoodra zij het vuur van het kauon gezien hebl>en?
Iloe is het mogelijk uit de noodschoten van oen schip den afstand te bepalen,
dien het van den vasten wal heeft?
Waarom kan men den klank, dien een' zilveren lepel voortbrengt, wanneer
men hem aan twee draden hangt en tegen een hard ligchaam stoot, zoodanig
versterken, dat hij het geluid van eene torenklok evenaart, door slechts de ein-
ilen der draden tegen de ooren of het hoofd te drukken?
Waarom geeft eene gescheurde klok slechts een zwak geluid?
Waarom behoort onmiddellijk na den slag van clen hamer op tic klok van
een uurwerk de aanraking van den hamer en de klok op te houden ?
Waarom kunnen onderaardsche geluiden, die doorgaans van vulkanischen
aard zijn, zoo ver gehoord worden?
Waarom kan men zich aanstonds overtuigen, of het water in een ketel k(K)kt,
d<M)r het eene einde \an een'stok op het deksel vau den ketel-en het andere
e.inde aan het oor te houden?