Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
287
sclioten, terwijl men gelijkerwijze op den berg B te werk gaat. Men heeft dan daar-
door verkregen 10 waarnemingen, en kan hieruit, zooals u bekend is, de gemid-
delde snelheid met juistheid bepalen. Wij merken hier nog bij aan, dat het licht
oneindig snel lot ons komt, en dat het eiken afstand op onze aarde in een' onein-
dig korten tijd aflegt.
Op deze wijze dan heeft men bevonden dat, wanneer de lucht O® warmte be-
zit, het geluid ruim 332 el afstands in ééne seconde aflegt. Men geeft luer den
warmtegraad aau, omdat het bij verschillende proefnemingen is gebleken, dat
de warmte der lucht de snelheid bevordert. Iu de heete luchtstreek legt het geluid
omtrent 356 cl in elke seconde af, en in de nabijheid der polen sleclits 300 el.
Ook de vochtigheid der lucht heeft invloed op de snelheid van het geluid. Wel-
ligt zal meu de bedenking maken dat, dewijl de lucht door de warmte uitzet en
dunner wordt, ook de snelheid der voortplanting moet verminderen ; dit zou ook
werkelijk het geval zijn, indien het uitzettingsvermogen of liever de veerkracht
der lucht niet aanmerkelijk door de warmte vermeerderde, een verschijnsel, ilat
krachtdadig medewerkt tot versnelling van het geluid.
De bovengenoemde waarnemingen geven ons een zeer geschikt hulpmiddel
aan de hand, om den afstand te berekenen van een aanrukkend leger of een zei-
lend schip, wanneer beide hun geschut doen ontbranden. Insgelijks maken zij
ons bekend, hoe ver eene onweersbui van ons verwijderd is. Piekenende dat men
in.een uur vijf ned. mijlen of 5000 el aflegt, zoo worden 332 el in omtrent 4
minuten doorloopen. Laat nu den afstand tusschen twee polsslagen gelijk aan
eene seconde zijn, zoo kan men veilig stellen, dat het ontbrandende kruid of de
losbarstende bui op zooveel maal 4 minuten alstauds van oiis ligt, als er polssla-
gen verloopen tusschen het zien vau het licht en hel hooren van deu slag. Wij
willen voor hen, die iets van de algebra verstaan, op een enkel vraagstuk, de be-
rekening namelijk vau de diepte van een' put, de geleerde waarheden toepassen.
Neemt aau, men werpt eeu' steen in den put en verneemt zijnen val 26 seconden
na hij is beginnen te vallen. Stelt nu eens dat de put x el diep is, dauheeft het geluid
die X el van deu bodem af afgelgd in seconden, liet overige aantal seconden,
oi'Z
dat is 26--^^ is door den steen al vallende besteed om deu bodem te berei-
ÓS'Z
keu. Nemen wij (zie bladz. 70) het vierkant dier seconden en vermenigvuldigen
wij dat met 4»9, dan verkrijgen wij deu weg, dien de steen vallende heeft afgelegd,
dat is de diepte x. Alzoo is (26 ~ ' X 4.9 — -r. Waaruit wij vinden
* — 1960 el bijna.
Men zou, daar er tot hiertoe slechts gesproken is over de geleiding der ge-
luidsgolven door de lucht, kunnen meenen dat de dampkringslucht de eeuige
geluidleideude stof is; dit is intusschen zoo niet; ook de onderscheidene gassoor-
ten, vochten en vaste stoffen planten het geluid voort, eu deze beide laatsten zelfs aau-
inerkehjk veel sneller dan de lucht. Proehiemingen hebben, behoudens weinige