Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page


S83
Fi^. 139. Iaat. Zij heeft dan echter door
hare veêrkraclit zooveel hoevcel-
....................heid van beweging verkregen, dat
-?-zij door het punt c heen gaat, en
...............................de rigting aeb aanneemt; zij bhjft
d.iar echter ook niet, maar treedt
weder van den anderen kant met steeds verminderende snelheid voorbij het
punt c, tracht op nieuw deii stand adb te verkrijgen, en zet deze beweging zoo
lang voort, tot hare beweegkracht door den tegenstand der lucht, hare onvol-
' komene veérkrachtigheid en de zwaartekracht geheel is uitgeput. Dat men niet
zonder grond de trillingen eener snaar ook wel slingeringen noemt, moet u thans
duidelijk zijn. Immers wat zijn deze bewegingen anders dan slingeringen, gelijk-
soortig aan die, welke wij bij de beschouwing van den slinger bobben waarge-
nomen? — Het is evenwel duidelijk dat zij ineen zeker opzigt van de bewegin-
gen des slingers afwijken. Immers bij de laatste bleef de ligging der onderschei-
dene deelen met betrekking tot elkander dezelfde, terwijl bij de gespannen koord
de l>etrekkelijke ligging der deelen ieder oogenblik verandert. De beweging der
snaar uit de stelling adb naar abc noemt men eene slingering of met een vreemd
woord oscillalie Welke verschijnselen brengen nu deze slingeringen in de lucht
te weeg?
Door de snelle beweging der snaar van d naar e worden de luchtdeeltjes, die
zij het eerst ontmoet, in dezelfde rigting voortgestooten; doch de volgende lucht-
deelen kunnen, uit hoofde der traagheid, niet aanstonds deze beweging overne-
men, en het gevolg hiervan is eene zamenpersing o(verdikking der lucht aan die
zijde. Achter de snaar, of liever achter de bewegende luchtdeelen, ontstaat we-
gens de traagheid eene verdunning der lucht, en de omliggende krijgt dus gele-
genheid om zich uit te zetten De luchtdeeltjes, welke zich het eerst bewegen
in de rigting rf c, verliezen weldra al hunne hoeveelheid van beweging, gevende
die aan anderen over; daarna keeren zij, ten gevolge der luchtverdunning aehter
zich en de uitzetting der verdikte lucht voor zieh, spoedig terug, en verkrijgen
^ derhalve eene tegenovergestelde rigting. Dc beweging der lucht-atomen vloeit
dus alleen voort uit eene verdikking en verdunning der lucht of uil hare veérkrach-
lige zamaipersing en uitzetting; dewijl nu deze voor- en achterwaartsche be-
weging, of deze gedeeltelijke verdikkingen en verdunningen der lycht, in alle
rigtingen rondom het geluidgevend ligchaam plaats grijpen, zoowel op- als neder-
waarts, achter- als voorwaarts, enz., zoo ontstaat er om gezegd ligchaam eene
bolvormige luchtgolving, in welker middelpunt zich het ligchaam zelf bevindt.
Inderdaad het is eene golving, die, zoo als ik reeds aanmerkte, gelijksoortig is
met die van het water, waarin een ligchaam wordt geworpen. Gelijk hier de
omtrek der cirkelvormige golving steeds grooter en flaauwer wordt, naarmate
men zich verder van den oorsprong der beweging verwijdert, zoo ook in de
lucht. Ziedaar de reden, waarom het geluid bij het vermeerderen van den afstand