Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
279
ZOO zijn er de letters duidelijk op te lezen, die uit het papier zijn weggenomen,
Legt men daarentegen een figuurtje van papier of eeu stuk geld op de plaat, en
beademt men nu den omtrek, dan zal, na het droog worden en wegnemen van
het papier of geld, de figuur er van weder zigtbaar worden, bij eene nieuwe be-
ademing. Het verschijnsel moet waarschijnlijk op deze wijze verklaard worden:
De plaat houdt altijd eene laag lucht aau zich verdigt; bij de bewaseming
en het weder ojKlroogen voert de van de bloote deelen der plaat wegtrekkende
damp een gedeelte van de lucht op die plaatsen mede; de gedekte deelen be-
houden nog hunne vroegere hoeveelheid lucht; bewasemt men nu op nieuw, dan
verdigten de dampen in die dikkere luchtlaag in grootere hoeveelheid op de plaat
dan opde niet bedekt geweest zijnde plaatsen, en hierdoor worden de figuren
zigtbaar.
Stelt men eene ongekleurde gedrukte teekening aan den damp van jodium of
verwarmde zwavel bloot, en legt men haar daarna op eene verzilverde of zilveren
plaat, zoo zal na weinige oogenblikken de teekening bij het wegnemen er van op de
plaat zigtbaar zijn. Met vele andere proeven zouden deze vermeerderd kunnen
worden; de aangehaalde zijn voldoende, om zich een behoorlijk begrip van de
zaak te vormen.
Dc aantrekking tusschen gassen cn vochten wordt vooral zigtbaar, indien men,
bij de boven omschrevene proef, iu plaats van het stukje houtskool een weinig wa-
ter onder door de opening van de reageerbuis, boven het daarin staande kwik
brengt, en wel door middel van een kromgebogen pijpje, waar het voorzigtig
doorheen wordt geblazen. Het water slorpt zelfs 700maal zijne uitgebreidheid
k aan ammoniak-gas-op. De hoeveelheid gas, die het water opslorpt, hangt hoofdza-
kelijk af vau deu warmtegraad des waters en de drukking, waaraan meu het gas
ouderwerpt. Door verwarming of het wegnemen van de drukking, hetgeen men
gemakkelijk kan verkrijgen door het vocht onder deu luchtledigen ontvanger
I der luchtpomp te doen verwijlen, kan men het dus van het opgeslorpte
gas ontdoen. Om daarentegen kunstmineraal watereu te maken, bij voorbeeld
water met koolzuur te doordringen, laat men het koolzuurgas zich sterk boven
het water verdigten, schudt dit gedurig om, en laat het een' zeer geringen graad
van warmte behouden.
Men ziet hieruit, waarom versche wijn of versch afgetapt bier in geslotene
flesschen of kruiken de eigenschap verkrijgt van te mousseren of schuimen ; want
door de gisting wordt er koolzuur gevormd, dat, uit het gesloten vat niet kun-
nende ontwijken, zich sterk boven het vocht verdigt, er eene groote drukking op
uitoefent en het alzoo in groote mate doordringt; wordt nu het vat geopend,
dan is de drukking weggenomen en het gas rijst in eene groote menigte blaas-
jes op.
Onder den naam van diffusie der luchtsoorten, verstaat men de soort van aan-
trekking, die een gas op een ander uitoefent, — het vermogen, waarmede zij
elkander doordringen, — de kracht, met welke zij tegen dc wetten der zwaar-