Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
274
buis j6aanmerke]yk
opklimmeD. Laat
men eenen stroom
lucht uit een vat,
waarin zij is ver-
(ligt, of een' stroom
stoom uit een' ketel
door de buis a trek-
ken, dan stijgt het
water door B in de
ruimte A, en ver-
laat deze door de
buis b. Ziedaar dan
een werktuig, om
water op te halen,
alleen door een' be-
stendigen stroom
lucht. De oorzaak
lUllllMlMillli^^^^^ van dat verschijnsel
ligt daarin, dat de uit a stroomende lucht, door het verklaarde zuigingsverschijn-
sel, de lucht in de ruimte^ begrepen in hare beweging doet deelen. Luchtdee-
len wrijven hier tegen luchtdeelen en doen de onmiddehjk naast den oorspron-
kclijken luchtstroom liggende luchtmoleculendezeltdebeweging aannemen. Daar
er nu alzoo, door het breed worden van den luchtstroom, meer lucht door de
buis 6 kan ontwijken dan door a toevloeijen, zoo ontstaat er in A eene lucht-
verdunning, en de dampkringsdrukking voert derhalve het vocht uit het vat C
in de buis B. Indien men omgekeerd lucht blaast door de huis 6, zoo wordt het
water uit de buis Z? weggedrukt en er stijgen luchtbellen uit het vocht C op.
De verklaring hiervan volgt van zelve.
Fig. 137».
Het derde verschijnsel van zuiging, dat geheel
met het laatst verklaarde weder overeenstemt,
doet zich op, wanneer men in eene regthoekig
omgebogene blikken buis (zie fig. 137/) tegen-
over eeue der openingen een gat boort, daarin
eene naauwe buis A n soldeert en door deze een'
sterken lucht- of stoomstroom leidt. De zuiging
bij B is dan zoo verbazend groot, dat stukken
papier, bosjes hooi, hoopen watten, water, enz.
vóór de opening B gehouden, met onbegrijpelijke
snelheid naar binnen worden gevoerd en door
^ C te voorschijn gebragt De verklaring van dit
verschijnsel kan niet moeijelijk vallen. Het loopt