Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
reikt. I^at (ie buis ABC nog eene klep q bevatten, die specifiek clubbeld zoo
zwaar is als water, en door welke dit laatste gemeenschap verkrijgt met de bui-
tenruimte. Vloeit er nu uit het vat E of uit eene hooger liggende bron water
in de buis, en stoot dit met eene zekere snelheid tegen het einde C of den zoo-
genaamden kop van den ram, zoo sluit de klep q ten gevolge der daardoor te
weeggebragte drukking. Bij dit sluiten der klep de beweging plotseling afgebro-
ken wordende, zoo veroovzaakt de daardoor op nieuw te weeggebragte stool
cciie drukking op den geheelen wand der buis, dus ook op de klep a, zij wordt
dan ook in de hoogte gedreven, het water dringt in de luchtketel D, en drukt de
daarin begrepene lucht meer zamen. Ten gevolge van het openen der klep a, de
werking van den stoot opgeheven zijnde, zoo zinkt de klep q door zijne zwaarte
nederwaarts, en de klep a sluit zich thans ook weder. Op denzelfden oogenblik
treedt op nieuw de drukking van het water op, de klep q wordt weder gesloten,
de stoot herhaalt zich, de klep a wordt opgeligt en het water dringt andermaal
in de ruimte D. Door dit afwisselende spel verkrijgt de lucht in D steeds eene
kleinere uitgebreidheid en dnjft eindelijk, ten gevolge van haar uitzettingsver-
mogen, het water door de buis n p in de hoogte.
Tot de wellen van beweging der luchl of der gasvormige stojfen overgaande, mer-
ken wij even als bij de vochten aan, dat, wanneer een gas in een vat gesloten is,
waarin eene opening wordl gemaakt, het er zal nitstroomen, zoo het gas sterker
is zamengedrukt dan de lucht, welke zich in de buitenruimte bevindt, waarin de
opening leidt. De wetten, volgens welke een gas door openingen van dunne wan-
den voorzien, door korte buizen, door langere gelcidbuizen enz stroomt, stem-
men volkomen overeen met die, welke wij bij de beweging van het water hebben
leeren kennen.
Om de hoogte, waarop men zich verbeeldt, dat een gas zich verheft, te bepa-
len, gebruikt men een manometer, wier inrigting geheel op het/delfde beginsel
berust als die op blz. vermeld, en stelt een harer einden, in gemeenscliap met