Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
241

voiul, berust alleen op dit beginsel. Hierin is gezorgd, dat de ringvormige vlam
buiten en binnen in aanraking komt met de dampkringslucht, en dat de voor de
verbranding niet meer geschikte lucht opwaarts door eene glazen buis wordt weg-
gevoerd. Leidt men van onder op door de binnen pijp van eene argaudsche lamp
eene buis, die boven aan slechts eene opening van een a twee strepen wijdte heeft,
in het midden der buis wordt gehouden door eene doorboorde kurk, en met de
genoemde opening tot even onder de pit reikt; brengt men deze buis in ver-
band met eene blaas met zuurstofgas, waaruit men het gas door de pijp perst,
dan verkrijgt men eeu buitengewoon fraai, sterk licht.
Het aansteken van een brandbaar ligchaam is niets anders, dan het ligchaam
dien warmtegraad geven, waarbij het zich met de zuurstof kan vereenigen. Wan-
neer ijzer, staul en zink verhit worden, en men brengt deze metalen in zuurstof-
gas, zoo verbranden zij onder het werpen van schiyerende vonken. Dit kan op
de volgende wijze bewerkstelligd worden.
In eene flesch met zuurstof gevuld steekt men eene horologie-veér, waaraan
eeu stukje brandende zwam is gehecht (zie fig. 132a). Dadelijk na de indompe-
ling ontvlamt de zwam, het staal geraakt daardoor insge-
lijks in brand eu werpt een aantal schitterende kogeltjes
van zich, die uit ijzer eu zuurstof bestaan, cn dikwijls door
deu hoogen graad van hitte, welke zij bezitten, diep in of
door het glas vallen. Maar waarom verbranden dan toch
de metalen ook niet in den dampkring, die zooveel zuurstof
bevat. Zij doen dit werkelijk : er bestaat inderdaad geen
verschil tusschen het verbranden der metalen onder het
geven van licht, en het roesten van deze. Roesten is slechts
eene langzame, het eerstgenoemde eene snelle verbranding.
Dat de zuurstof onder zekere verhouding zeer bevorder-
lijk is aau de ademhaling blijkt daaruit, dat de dieren iu
een afgeslotene hoeveelheid zuurstofgas vijfmaal langer kunnen leven, dan in eene
afgesloteiie gelijke hoeveelheid dampkringslucht. Wanneer men eeu dier onder
eene klok met zuurstof zet, wordt de ademhaling belemmerd, de bloedsomloop
versnelt, de beweging schijnt meer krachtvol, het leven sterker geworden ; maar
weldra eindigt het, ja eer nog al de zuurstof door de adendialing is verteerd,
sterft het dier. Meu heeft bevonden, dat de dood wordt veroorzaakt door de
scherpe prikkeling der longen, welke ligchaamsdeelen bij nader onderzoek blij-
ken dragen van zeer ontstoken te zijn.
De zuurstof is verder de oorzaak van bijna alle zuur, zeiden wij ; ook doet zij
dc metaalkalken of roesten ontstaan, waarvan hiervoren en in de IS*^® les gespro-
ken is. Men ziet hieruit bij eenig nadenken, dat de zuurstof zich op tweederlei
Wijze met de ligchamen vereeuigt. Door de eene vereeniging verkrijgen de ligcha-
men een' kennelijk zuren smaak eu worden zuren of zure oxyden genaamd, zooals
zwavelzuur, salpeterzuur, arsentkzuur, citroenzuur, azijnzuur, zoutzuur, enz. Door de