Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
237
mltlilat. \Vij zullen dit dus Itescliouwen als ée'ne paardenkraclit, en nu gaan
onderzoeken, hoeveel gewigt de op-eu nedergaande zuiger Q (zie fig. 128) kan
verplaatsen, en door welke ruimte dit gewigt in eene sekonde of in eene minuut
kau vervoerd worden, ten einde het vermogen alzoo in paardenkrachten te kun-
nen uitdrukken.
Hiertoe behoort bekend te zijn: l®. de grootte der drukking van deu stoom
op eiken vierkanten duim ; 2°. de grootte van het oppervlak van den zuiger Q,
op welken die drukking plaats heeft; zijn deze heide zaken gegeven, dan is tevens
bekend, hoe veel pond gewigt er op <len zuiger zoude kunnen liggen, om door
de stoomkracht te ktnnien naar boven gevoerd, of, indien dat gewigt den zuiger
aan de onderzijde tegen drukte, door den stoom zou kuunetx worden weggeduwd;
3°. moet men weten hoeveel ruimte de zuiger bij eiken op- en nedergang door-
loopt ; 4" hoeveel keeren hij die ruimte in elke minuut aflegt, dat is, hoeveel
slagen hij in elke minuut doet ; kent meii deze beide laatstgenoemde waarden,
dan is daardoor ook gegeven over welk eene lengte het bovengenoemde gewigt iu
elke minuut verplaatst woidt. Maar hoe leert men de spanning van den stoom
kennen ?
De drukking j)f spanning van den stoom op eiken vierkanten duim wordt
aangewezen door de hoogte van eene kwikkoloni, die in eene hevelvormige pijp
is begrepen, welke met het eene been in den stoomketel reikt. Oij zult u hiervan
een voldoend denkbeeld kunnen vormen door fig. 106. Verbeeldt n, dat het
been (/c open is en de ruimte (/e met den stoom, die in den ketel is begrepen,
gemeenschap heeft ; dan wordt het duidelijk, dat bij toenemende spanning van
den stoom, het kwik in het been d c zal worden nedergetlrukt, en dien ten
gevolge de kwikkolom n b iu het aiulere been zal rijzen. Uit de hoogte dier kwik-
kolom zal men derhalve kunnen bepalen, hoe veel de drukking van den stoom
bedraagt. De gezegde pijp met het daarin begrepen kwik draagt den naam van
tnanometer of ook wel stonmmeler. In het algemeen noemt men manometer zulk
een werktuig, met hetwelk men, door mitldel van eene kolom eener drupvormige
vloeistof, dc drukking van de luchtvormige vloeistoffen meet. Zoo was b. v. ook
de verklikker der luchtpomp (zie fig. 107 en 108) een manometer.
Tot de voorgenomene berekening thans overgaande, zoo nemen wij een stoom-
werktuig van middelbare drukking en zonder eigeuthjken stoomverdikkings-
toestel.
Stelt, dat het kwik in den m;inometer tot op 228 duimen staat, dan komt
er bij deze hoogte no^r 76 duim, welke op tlat tijdstip overeenkomt met de druk-
king, die de dampkring op den top der kwikkolom uitoefent. De stoomsjKinning
voert dus de kw ikkolom tot eene hoogte op van 228 -f- 76 = 304 «luimen,
zoodat die spanning gelijk is aan 4 dampkringsdrukkingen ; want 76 is in 304
juist 4 malen begrepen ; dewijl nu de dampkring op eiken vierkanten duim met
I een gewigt van 1,0.34 pond drukt, zoo wendt de stoom in den ketel op eiken
i vierkanten duim 4 X 1,034 4»136 pond drukking aan De stoom, die uit
I 11'