Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
nQ
geilde opening n; die in de pijp 7 leidt, en waardoor dus de gebruikte stoom
uit den cilinder moet ontsnappen. Wanneer men zich deze schuif een weinig
meer links geschoven denkt, dan zij in de figuur voorkomt, zoo komt de opening,
die naar de regte zijde van den stoomcilinder leidt, in gemeenschap met de stoom-
kast I, en de stoom drukt dus den zuiger van de regter- naar de linkerhand;
de stoom, aan de linkerzijde liggende, kan nu ontsnappen door het linker-
kanaal naar de ruimte o der stoomschuif en vandaar door de opening n naar
de pijp alwaar hij in den dampkring ontwijkt. Men bemerkt, dat de cilinder-
stang op dezelfde wijze het middelste wagenrad door middel der kruk n om-
voert, als zulks vroeger is uiteen gezet ten aanzien van het scheprad; insge-
lijks ziet men op de as m hetzelfde uitmiddelpuntige stuk, dat door de zijde-
lingsche bewegingen een daaraan verbonden kruisvormig deel, tusschen de wielen
zigtbaar, en hierdoor ook de stoomschuifstang t i, heen en weder voert. Bij H
en L zijn veiligheidskleppen aangebragt, die bij opening aanstonds den stoom
in de lucht laten ontsnappen; een dezer is aan de zorg van den geleider toever-
trouwd, die hem naar welgevallen kan openen. Het springen van den ketel is
door het nemen van de noodige voorzorg onwaarschijnlijk gemaakt, hoewel dit
ongeluk, indien het soms mogt plaats grijpen, geene andere nadeelige gevolgen
zou kunnen hebben, dan eene uitbuiging der zijwanden, maar geene verschrikke-
lijke onlpl^ffing en uit elkander barsting. Met den grooten hefl>oom P A^ kan
de geleiiJer of bestuurder alle werking doen ophouden. De snelheid der stoom-
rijtuigen is verbazend; gewoonlijk leggen zij een uur afstands in vijf minuten
af, terwijl die snelheid nog zeer aanmerkelijk zou kunnen vermeerderd worden.
De grootste snelheid, welke tot nu toe bereikt is, verkreeg men op den grooten
westelijken spoorweg van Engeland op den 26 Augustus 1848; deze beliep ruim
1» uur in 4 min.
Ten slotte willen wij u nog mededeelen de wijze, waarop men de kracht, die
door een stoomwerkiuig wordt ontwikkeld, berekent.
Men is gewoon die kracht uit te drukken in paardenkrachten, dat wil zeggen,
men geeft doorgaans het aantal paarden op, die gezamentlijk hetzelfde vermogen
bezitten, dezelfde kracht voortbrengen als het stoomwerktuig. Maar hoe groot
is de kracht van een paard?
Men moet bij het bepalen van de kracht eens paards denken aan hetgeen er
vroeger over de hoeveelheid van beweging is gezegd, en derhalve niet alleen aan-
wijzen hoeveel pond een paard verplaatsen kan, maar ook de sncWieiV/, met welke
die verplaatsing geschiedt. Om hiermede bekend te worden is het noodig in aan-
merking te nemen, dat de aard of de gesteldheid van het werk doorgaans be-
paalt, hoeveel pond een paard kan vervoeren, optrekken, enz. en hoe lang het dit
werk dagelijks kan volhouden. Naar aanleiding van menigvuldige proefnemin-
gen, mag men te dezen aanzien door elkander gerekend vast stellen, dat een
paard, hij aanhoudend arbeiden, 76 pond (kilogrammen) kan ligten tot eene el
hoogte in elke sekonde, of 76 X 60 zzz 4^60 pond tot eene el hoogte in elke