Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
228
Poor het herhaald koken van waler tet zich in eiken ketel, waarin zulks
geschiedt, eene harde kalkaardige korst aan, — zoo ook in den stoomketel. Om
dezen hiervan te reinigen klimt er ccn man in; dit geschiedt door de groote
opening L, mangat genaamd, welke goed kan gesloten worden, terwijl er onder
aan den bodem zich tot verdere zuivering nog eene spui kraan bevindt. In het
deksel van het mangat bestaat eene klep r, Inclitklq) geheeten, die zich binnen-
waarts opent, opdat er de buitenlucht in kuime dringen, indien door den inval
van koud water en daardoor teweeggcbragfe verkoeling, of wegens andere oor-
zaken, de spanning van den stoom minder wordl dan de drukking des damp-
krings buiten op den ketel, hetwelk eene inbuiging der ketelwanden zoude ten ge-
> olge kunnen hebben Zooveel van den ketel, — laat ons thans den stoom volgen I
De stoom, iu den ketel gevormd, gaat door de pijp of zoogenaamde stoomlei-
buis M M nnar den cilinder N, doch moet vooraf de wartelklep v voorbij treden,
waarvan ik later zal spreken. Dc stoom komt ook niet onmiddellijk den cilinder
N binnen, maar gaat eerst iu eene kast, de stoomkast genaamd, naast den cilin-
der gelegen. De cilinder A' met de stoomkast O P is in fig. 129 iets grooter
voorgesteld ten einde men dit gewigtig deel van
het stoomwerktuig beter zoude kunnen waarne-
men. Dc stoomkast O P (fig. 129) is verdeeld in
twee helften door het middelschot x y. In de eene
helft R, het naast aan den cilinder gelegen, be-
wegen zich juist sluitend twee kleine zuigers of
stukjes metaal 2 en 3, aan elkander verbonden
door eene stang jj, die door het boven- of bene-
dendeel der stoomkast gaat, zonder stoom door
te laten, en door welke de gezegde zuigertjes 2 eu
3 dus naar eene vaste maat op en neder beweeg-
baar zijn. Deze aaneen verbondene zuigertjes
makende stoomscliuif uit. Zij zijn op zulk eenen
afstand geplaatst, dat in den stand van fig. 129
dc ruimte van den grooten cilinder, onder den zuiger Q, gemeenschap heeft,
door de opening 4» met de helft der kast die het naast aan den cilinder is
gelegen; terwijl de ruimte boven den zuiger Q gemeenschap heeft door de ope-
ningen 1 en X met de andere helfc S der stoomkast. In den stand, dien ge-
zegde stoomschuifin fig. 128 heeft, is alles omgekeerd, en bestaat er gemeen-
schap tusschen de ruimten van den cilinder boven den zuiger Q en het naast-
gelegene stoomkastdcel R, terwijl de ruimte onder den zuiger Q gemeenschap
heeft met het kastdeel S. Bij t is eene opening, waardoor de stoom vloiit, dien
wij door de pijp M M (fig. 128) uit den ketel naar de stoomkast zagen vertrek-
ken. Bij z is eene tweede, waardoor de stoom, na zijne dienst \errigt te hebben,
dekast verlaat — waarheen, zal ik aanstonds zeggen. Thans gaan wij tot de ii
beweging over.
I