Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
S20
hcetcii dag, door de koelte, die zij aanbrengt, alles als bet ware een nieuw
leven scheukt; waarom men bij sterk zweeten een zeker koud gevoel over de
ontbloote ligchaamsdeelen ontwaart. Het is vooral toe te schrijven aan de ver-
koeling, die de buitengewoon sterke uitwaseming der ligchamen vau menschen
en dieren te weeg brengt, dat het bloed eenen bestendigen warmtegraad be-
houdt. Het bloed van den Neger der heete, van den Laplander der koude lucht-
streek heeft, even als het onze, 37° warmte. In de Oost-Indiën, waar de ther-
mometer soms 47° teekent, heeft het bloed der bewoners insgelyks slechts 37°
warmte. Hoezeer straalt hierin weder eene hoogste wijsheid door! — Zou do
mensch buiten deze zorg wel het eenige wezen zijn, dat overal leven, zich aan
alle oorden der wereld gezond gevoelen kan?
Door het bevorderen vau de verdamping en het gestadige wegnemen der ge-
vormde dampen, kan men (Ie koude zoodanig vermeerderen, dat water, ja zelfs
kwikzilver bevriest, terwijl de omringende lucht eeu' vrij hoogen graad van
warmte 1^/it.
Out dit aan te toonen, plaatst meu op den rand van een wijd glazen bakje b
(fig. 125) met sterk zwavelzuur gevuld, de drie pootjes vau een zeer dun, ondiep
Fig. 125. metalen schoteltje c met eenige wigtjes water er
in; beiden zet men onder den ontvanger der
luchtpomp. — Na eenige pompslagen ziet men
dat het water begint te koken ; voort pompende,
houdt het koken op, en het water verandert in
ijs. De reden hiervan is de volgende : het zwavel-
zuur heeft veel verwantschap tot het water. Het
slorpt dus de ontwikkelde waterdampen op. Bij
het snel en voortdurend ontstaan dier dampen,
wordt het water zeer veel warmte ontnomen, cn dit geschiedt zelfs in die mate,
dat het eindelijk bevriest. Deze proef gelukt echter niet zeer gemakkelijk; zal
ze naar weiisch uitvallen, zoo moet de luchtpomp van de best mogelijke zamen-
stelling zijn. Zeker bereikt men het doel, indien men twee horologieglazen op
elkander legt, na iu het onderste zwavelether, in het bovenste een weinig
water te hebben gedaan, en voorts de lucht verwijdert. Het geeft ook eene
voordeelige werking, zoo men over de klok a eene tweede zet, die dus de om-
liggende warmte afsluit. Kene kleine hoeveelheid waters kan men ook doen
l>evriezen door een buisje vau zeer duii glas vau eene palm lengte en eenige
strepen wijd, halfvol water te doen, eu vervolgens langs het buisje druppels-
gewijze ecu weinig ether tc laten loopen; deze verdampende neemt de warmte-
stof uit het water weg, eu doet het iu het Jiijpje bevriezen.
Het is ook ten gevolge der koude, die door dü lUunpvorming te weeg gebragt \
wordt, dat men in Bengalen, en dus in de heete luchtstreek, ijs weet voort te
brengen. Hiertoe maakt men aan elkander sluitende, kleine, vierkante vakken
in den groiwl van 1 tot 1,5 el lang cn breed, omringt die door lage daiuiuetjes