Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
219
bolletjes of kleine bolvormige ruimten, begrensd door vochtblaasjes. Zij zijn wer-
kelijk zwaarder dan de lucht, en men kan derhalve nog niet met zekerheid be-
palen, door welke kracht zij in de lucht worden opgehouden.
Van het ontstaan der sneeuw is weinig bekend ; men weet derhalve niet of de
wolken, die haar voortbrengen, uit dampbelletjes bestaan, of uit reeds bevro-
zene waterdeeltjes; evenmin weet men of de sneeuwvlokken zich onmiddellyk
vormen tot de grootte, waaronder wij ze zien nedervallen, of dat zij vallende aan-
groeijen. Van de schoone figuren, die de vlokken opleveren, werd reeds vroe-
ger gewag gemaakt.
De ijzel of ijsregen is eene dunne, doorschijnende ijskorst, die boomen, plan-
ten en de oppervlakte der aarde bedekt. Dit verschijnsel heeft plaats, wanneer
de lucht warm genoeg is om de dampen vloeibaar te doen blijven, en de grond
koud genoeg om den regen, naargelang hij valt, tot ijs te doen stollen. Alzoo
is ijzel slechts bevrozen regen
Het ontstaan van den hagel Iaat zich ook moeijelijk verklaren; zoo veel is
zeker, dat het bevrozene waterdampen zijn, laagsgewijze over elkander ver-
spreid. De korrels ontstaan waarschijnlijk door de snelle daling van de tempe-
ratuur der regendruppels op het oogenblik, waarop zij ontstaan, hetgeen eene
aanzienlijke uitdamping en daardoor grootere koude op de oppervlakte te weeg-
brengt ; maar hoe de wolken, welke de hagel in zich bevatten, en gewoonlijk
aan hare aschkleur te onderkennen zijn, de korrels ophouden, is nog niet juist
bekend. Als wij de electriciteit behaiidelcu, zullen wij eene vooronderstelling
dieiwangaande mededeelen.
Oj) nog een verschijnsel, dat de vorming van damj>en vergezelt, willen wij
de opmerkzaamheid bepalen.
Indien men een druppel wijngeest, eau de cologne, of zwavelether, op de
hand laat vallen, gevoelt men eene sterke koude. Wat is daarvan de oorzaak?
Er is bij het begin der les gezegd, dat de damp bij zijne vorming veel warmte-
stof in zich sluit of bindt. Wordt dien damp nu niet van buiten zooveel warmte
aangebragt, als noodig is tot zijn ontstaan, dan ontleent hij de warmte van de
omliggende ligchamen en berooft hun hunne warmte, of, wat hetzelfde is, maakt
hen kouder. Waar derhalve damp ontstaat, zonder van bullen aangebragte warmte,
daar ontstaat levens koude. De druppel wijngeest is op de hand plotseling damp
geworden, en heeft daardoor de plaats, waar hij viel, van eenige warmtestof
beroofd. Indien de bol van een' thermometer met een vochtig lapje omkleed
wordt, zoo ziet men bij de verdamping van het vocht het kwik in de buis da-
len, dewijl de damp zich van een gedeelte der warmtestof van het kwik heeft
meestergemaakt Hierop berust de vervaardiging der eerste soort van hygro-
meters, van welke gewag is gemaakt. Bij de behandeling der warmte zullen wij
dit werktuig nader beschrijven.
Het valt nu gemakkelijk na te gaan, waarom het in den zomer verfrischt, in-
dien de grond met water wordt besprenkeld ; waarom eene regenbui, na eenen