Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
216
naauwkeurig gadeslaan dezer verschijnselen heeft tevens geleerd, dat het water
op alle tijden, bij alle warmtegraden verdampt, en proeven hebben doen zien,
dat dit plotseling in het luchtledige, en zeer langzaam te midden der lucht ge-
schiedt. Waaruit dit verschil ontstaat, kunt gij bij eenig nadenken gemakkelijk
opsporen. De warmtestof is alzoo in het water onafgebroken werkzaam om de
atomen dezer vloeistof vaneen te stooten, en dringt ze zelfs, wanneer de lucht
of eenige andere veerkrachtige stof haar dit wil verhinderen, in de poriën tus-
schen de luchtatomeu (zie blz.172). Belet dan niets die dampvorming? — Dat
zou zeer ongelukkig zijn, want al het water zou dan spoedig in damp verande-
ren en verdwijnen. Er is eene omstandigheid, die de uitwaseming krachtdadig
belet, — voldoende, om ze niet meer dan noodig is te doen plaats grijpen : een-
maal, namelijk, zijn de luchtlagen, die het vocht omringen, met damp verzadigd,
alsdan nemen zij geenen damp meer op, laten geene uitwaseming meer toe, dan
is de drukking der lucht en die van den damp gelijk aan het uitzettingsvermo-
gen der warmtestof. Verhooging van temperatuur cn wegneming der reeds voch-
tige luchtlagen doen de dampvorming dus weder beginnen. Hierin ligt dan ook
de reden, dat dezelfde hoeveelheid vloeistof meer zal uitwasemen, naarmate zij
grooter oppervlakte aan de lucht blootstelt, dat is, naarmate er meer lucht met
het vocht in aanraking komt; en het wordt dan ook duidelijk, waarom men
stukken lijnwaad, die men wil droogen, plat uitspreidt. Dit overtuigt ons, dat
de groote oppervlakte der boombladeren de voorname oorzaak is van de boven-
genoemde groote uitwasemingen van een' boom. Ken sterke drooge wind bevor-
dert de verdamping bovenmate, want hij voert telkens de vochtige luchtlagen
weg, en de drooge aan. Het is daarom nuttig, om op eenen droogzolder de ven-
sters tegen over elkander open te zetten, of de voorwerpen, welke men wil droo-
gen, in den wind te hangen.
De druipbare vloeistoffen verdampen Lij alle warmtegraden, zeiden wij. —
Men heeft berekend hoeveel damp eene bepaalde ruimte bij verschillende warm-
tegraden kan bevatten, cn hoe groot de drukking of het uitzettingsvermogen
van den damp is op eene bepaalde vlakte uitgebreidheid. De tafels, die men
daarvan heeft vervaardigd, bewijzen in vele gevallen groote diensten. De werk-
tuigen, welke tot dit onderzoek gebruikt worden, hebben doen zien, dat ijs,
en dus water in vasten toestand, uitwasemt, ja dit nog doet, bij eene koude ^
die den thermometer vele graden onder het vriespunt doet dalen. Hieruit euuit
andere verschijnselen van dien aard leidt men het gevolg af, dat de meeste
vaste stoffen insgelijks uitdampen : de geur, welke sommige steenenen metalen
verspreiden, bevestigen dit gevoelen. Waarom deze damp niet den minsten in-
vloed op de bovengenoemde werktuigen heeft, is ons onbekend.
De menigvuldige dampen, die alzoo de vochten \erlaten, worden in den
kring van lucht, die onze aarde omgeeft, opgenomen, maken er als het ware
een bestanddeel van uit. De naam dampkring, aan dit luchtomkleedsel gegeven,
drukt dus eigenaardig eene zijner eigenschappen uit.