Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
2(2
Zoodra men het water verhit, ziet men de geheele massa weldra min of meer
slerk bewegen, opbruisen, en daardoor alle waterdeeltjes zich door elkander
mengen. — Geschiedt dit in eenen glazen pot, zoo ontdekt men ras de oorzaak
dier beweging. Aan de warmste deelen di;r wanden van het vat ziet men zich
kleine danipbellen vormen, die door hare ligtheid de diepte \erlalen, in de
vloeistof opklimmen, en aan de oppervlakte uiteen springen. Dit veroorzaakt
eenig geluid, want de belletjes, uit de onderste warme waterdeelen opstijgende,
worden in de bovenste koudere lagen zamengcdrukt, en veroorzaken derhalve
bij hun ontspringen in de lucht eenig geblaas ; van daar het ruischen of razen
van het water vóór het kookt, of geheel cn al tot 100 graden verhit is. Opdat
nu deze dampbellen zich vormen eu zich miilden in de omringende vloeistof op-
waarts bewegen kunnen, moet haar uitzettingsvermogen de drukking der omge-
legene water-atomen evenaren, en die zelfs overwinnen. Dit is dan ook de reden,
dat het koken vroeger of later zal plaats hebben, naarmate de drukking in het
vocht verandert; wij zouden er nog kunnen bijvoegen : ook naarmate de hitte,
die aan de wanden van het vat wordt aangebragt, sterk is, en naar gelang
zij zich inwendig door de vloeistof heen spoedig verspreiden kan. Maar er
is nog meer dan dit.
Er is gezegd, dat de oppervlakte van elk \ocht op plaatsen, die niet hoog
boven de aarde zijn verheven, gemiddeld door 103 pond op elke vierkante palm
gedrukt wordt, en dat die drukking zich door de gclieele vloeistof verspreidt.
Men besluit dus hieruit al aanstonds, dat ook deze drukking door het uitzet-
tingsvermogen der stoombellen overwonnen moet worden. Opeen' hoogen berg,
waar de lucht minder zwaar drukt, zal dit uitzettingsvermogen minder tegen-
stand ondervinden. En wat vloeit nu hieruit voort? lo Tot bepaling van het
kookpunt van liet water, behoort ook de barometerhoogte aangegeven te wor-
den; 2® naauwkeurig genomen zal bij een' lagen barometerstand het water eer
koken dan bij een' hoogen; 3® water, hetwelk in de \lakte bij 100° hitte en
76 duimen barometerhoogte kookt, zal dit, bij voorbeeld op den top van den
Mont-Blanc, 4775 ellen boven het oppervlak der zee, veel spoediger en wel
bij ruim 83® hitte doen, en in eene duikerklok, 21 el onder de oppervlakte der
zee. bij ruim 133° hitte; 4° l^oe hooger de vloeistof in een vat staat, waarin
men haar wil koken, des te grooter zal ook de hitte moeten zijn, daar toch de
benedenste deelen, behalve de drukking der luclit op de oppervlakte, ook die
van al de bovengelegene vloeistof-lagen hebben te overwinnen; 5° wanneer de
drukking oj) de oppervlakte vau het water geheel wordt weggenomen, zal de
vloeistof bij eenen zeer geringen warmtegraad koken; 6o alle kokend water is
niet even heet, ja het kan zelfs mogelijk zijn er de hand in te houden zonder
eenig leed te ondervinden, alle kokend water, zij het ook van dezelfde goede
hoedanigheid, is derhalve niet voldoende om sommige spijzen te bereiden;
7® het naauwkeurig aanteekenen der graden, waarop het koken van het
water op verschillende hoogten ontstaat, levert een nieuw naauwkeurig mid-