Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
211
vergelijken? Tot dus verre over dit nuttig werktuig Uier ter plaatse; later zal
er uitvoeriger over gesproken worden.
Het tweede, waarvan wij vooraf eenig denkbeeld wilden geven, en dat wij ins-
gelijks bij de behandeling der warmte meer zullen toelichten, is het volgende:
Wanneer de thermometer met de ligchamen in aanraking wordt gebragt,
wijst hij nimmer aan, hoeveel warmte zij eigentlijk bezitten, want zij hebben
eene hoeveelheid warmte, die zich niet aan den thermometer mededeelt, die
als het ware in het wezen der stof is ingedrongen, en noodzakelijk tot instand-
houding van den staat, waarin de ligchamen verkeeren, wordt vereischt. Zoo,
bij voorbeehl, blijft de thermometer ongeveer op 100 graden stilstaan in water,
dat men in de vrije lucht kookt, het werktuig ontvangt dan niets van de nog
steeds aangevoerde warmte. Men noemt deze soort van warmte ^etom/ene warm-
te, omdat zij naar het schijnt in het ViQchaam gebonden blijft. De gebondene
warmte kan weder vrijgemaakt worden door een ligchaam zamen te drukken,
te kloppen, te wrijven, enz.; ook wel door het van gasvormig, drupvorinig te
maken, bij voorbeeld stoom tot water; of door een vocht tot een vast ligchaam
te doen overgaan bij voorbeeld, water tot ijs. Ziedaar alles, wat wij noodig oor-
deelden vooraf te laten gaan.
Reeds meermalen is er gezegd, dat de gasvormige toestand voornamelijk een
gevolg is van het uitzettings-vermogen door de warmte, en dat dus gemis van
warmte hoofdzakelijk de vochten in dien toestand doet blijven, waarin zij ons
dikwerf alleen van nut kunnen zijn; — thans moeten wij u nog met eene
andere gewigtige oorzaak bekend maken, die den overgang van den druipbaren
tot den gasvormigen toestand krachtig tegenwerkt; die oorzaak is de drukking
van den dampkring. Dit zal duidelijk worden, wanneer wij het koken van het
water eens naauwkeurig waarnemen, want deze bewerking kent gij als zeer
geschikt, om dat vocht in damp te vervormen. Het zal uit dit onderzoek blij-
ken, dat ook het koken tot eene van die vele werkingen in de natuur behoort,
welke overwaardig zijn om ze aandachtig gade te slaan, maar die door hare
dagelijksche verschijning onopgemerkt blijven.
De vochten kunnen op tweederlei wijzen verdampen of in damp overgaan.
Wat is damp? men onderscheidt de luchtvormige vloeistoffen in bestendige en
onbestendige, dat is in dezulken, die door verkoeling of zamendrukking niet in
eenen anderen toestand kunnen gebragt worden, die altijd gasvormig blijven, zoo-
als de dampkringslucht; en in zoodanige, die van tuchtvormig drupvormig of ook
wel vast kunnen gemaakt worden, zoo als waterdamp of stoom. De eerste heet
men, met uitzondering der dampkringslucht, gelijk gezegd is, gassen; de laat-
6ten worden meestal dampen genoemd. De vochten nu kunnen op tweederlei
wijzen tot damp overgaan: vooreerst door koken, en ten andere door vrijwil-
lige, dat is door natuurlijke verdamping, door zulk eene, die niet te weeg ge-
bragt wordt door kunstmatige warmte. Van beide wijzen zullen wij het be-
langrijkste zeggen.