Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
210
Kunt gij door de werking van de fontein van Heron duidelijk maken, hoe er
lampen kunnen bestaan (Girardsche lamp), die geenen hoog liggenden oliebak
bezitten, maar waarbij de olie uit den voet der lamp wordt opgeperst?
VIJF EN DERTIGSTE LES.
Verdamping. Vochlmeters. Verseiiijnselen belrehkelijk de
vochten in den dampkring. Koude door verdamping ontstaan.
Wij willen thans eenige onderwerpen in overweging nemen, die men in de \>\
meeste leerboeken der Natuurkunde eerst na de behandeling der warmte aan-
treft; zij zijn echter zoo weinig vreemd aan de tot hiertoe voorgedragene ^
waarheden betrekkelijk de veerkrachtige en onveêrkrachtige vloeistoffen, en het ■
welslagen der pogingen, om u van de bedoelde onderwerpen een goed be- -
grip te verschaffen, hangt zoo geheel en al af van het grondig kennen der bij :
de gezegde vloeistoffen ontvouwde eigenschappen en wetten, dat wij niet aarze- i
len om ze onder de afdeeling luchtvormige vloeistoffen te rangschikken ; integen- r
deel deze orde volgen wij gaarne, daar er zich eene gelegenheid te meer door ;
aanbiedt, om al het geleerde, dat zeker thans nog versch in het geheugen ligt, ;
door eene schoone en nuttige toepassing er van meer blijvend te doen worden.
Wij moeten echter vooraf van twee zaken gewag maken, welke naderhand bij
de behandeling der warmte meer uitvoerig zullen worden verklaard.
Men verbeelde zich een glazen buisje a h (zie fig. 120), eindigende in eenen .
bol b, die met kwik is gevuld. Wanneer men het bolletje in de warme r
Fü,. 120.
hand houdt, begint het kwik in de buis te klimmen. Men behoeft
hiervan de reden niet andermaal on te halen. Wanneer de bol b in
smeltend ijs wordt gezet, daalt het kwik lot een zeker punt v, dat i
men door den naam van vriespunt aanwijst, en wanneer men hem in
kokend water plaatste, zou het kwik, in geval de buis lang genoeg |
ware, tot op een ander punt k klimmen, dat men den naam van
kookpunt geeft. De afstand tusschen deze beide punten heeft men in •
eenige deelen verdeeld, en noemt deze graden. De eene geleerde doet
zulks in 180 deelen, een ander in 150, een derde in 100 en weder-
om een vierde in 80 deelen. Wij zullen de honderdgradige verdeeling
volgen. Men teekent gewoonlijk deze verdeeling op de schaal, die
b naast het buisje zich bevindt, door streepjes en cijfers aan. Zulk
een werktuigje noemt men thermometer, dat wil zeggen, warm-
temeter; het dient tot vergelijking van den warmtegraad van verschillende lig- I
chamen. Men behoeft het immers slechts in aanraking met het een of ander lig-
chaam te brengen, om uit de klimming of daling van het kwik den warmte-
graad, ook wel temperatuur genaamd, van dat ligchaam met anderen te kunnen