Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
3
zij zal u overtuigen, dat zij den geneeskundige, werktuigkundige, bouw-
kundige, zeeman, mijnwerker, fabrijkant, enz. haren krachtigen arm leent.
Gij zult haar de werkplaatsen van kunstenaars en ambachtslieden zien
binnentreden, om daar het werk veel gemakkelijker en eenvoudiger temaken,
ja als ware het de doode stof te bezielen. Met verbazing zult gij den mensch
door haar in staat gesteld zien, om op den bodem der zee af te dalen, zich verre
boven de wolken te verheffen, of wat meer is, duizenden zijner evenraenschen
aan het gevaar van golven en vlammen te ontrukken En, wat het meest van al-
les zegt, gij zjilt ondervinden, dat geene wetenschap meer in staat is dan zij,
oni Gods wijsheid cu goedheid in zijne schepping te doen uitkomen.
Ik wensch, d.it deze weinige regelen het verlangen zullen hebben opgewekt,
oin met zulk eene heerlijke kennis te worden toegerust. Eer wij evenwel tot ons
doel overgaan, moet ik u nog het een en ander onder de aandacht brengen. —
Er is gezegd, dat de Natuurkunde eene nadere beschrijving bevat der voorwer-
pen, die om ons zijn, van hunne werking en verandering, en de wetten
doet kennen, volgens welke deze bewegingen geschieden Dit zal ongetwijfeld
de gedachte hebben opgewekt, dat deze wetenschap onmeetbaar uitgebreid moet
fijn, daarliet aantal voortbrengselenen verschijnselen in de natuur ontelbaar
groot is. — Dit is zoo, de Natuurkunde omvat zeer veel; wij willen er der-
halve slechts een gedeelte van behandelen, en ons bezig liouden met het
nasporen van de veranderingen, die in den uitweudigen toestand der lig.
chamen plaats grijpen. Gij zult alzoo niet veel vernemen van de Schei-
kunde, dat is, van die wetenschap, welke zich meer met den inner lijk en toe'
stand der ligchajnen, met het onderzoek naar hunne inwendige veranderingen
bezig houdt; die de ligchamen uit verschillende stoffen leert zamenstellen, en
ze weder in die stoften scheiden, die bij voorbeeld de verklaring geeft van het
zoogenaamde in één loopen der melk, het verbranden van het vet eener kaars,
van olie en van was, het-maken van boter en kaas, het bereidc^n van glas, enz.
Gij zult ook geene beschrijving vinden van de delfstoffen, planten en dieren, dat
is, van de wijze, waarop de metalen ontstaan zijn, hunne rangschikking, hoe
bloemen, kruiden en planten wassen en verdeeld worden, op welke wijze elke
diersoort leeft, zich beweegt, en hoe die soorten worden gekenmerkt, hetgeen
alles bekend is onder den naam van Natuurlijke geschiedenis. Evenmin zal er in
dit'werkje rede zijn van al de verschijningen, die er zich ten aanzien der he-
melbollen opdoen, waarmede de Sterrekundc ons bezighoudt. Tot de beoefening
van al deze onderdeelen der Natuurkunde zullen u andere boekwerken ten dien-
ste moeten staan, naar welke ik u ook nu en dan verwijzen zal; er moet evenwel
zoo veel van deze verschillende takken der Natuurkunde, inzonderheid van de
»chei- en sterrekunde gezegd worden, als lot beter verstand der zaken of tot
nuttige toepassing van de vermelde natuurwetten dienen kan.
Nog is de uitdrukking gebezigd, dat men schier elke waarheid door de on-
dervinding kan zien bevestigen. Dit geschiedt door waarnemingen eu proeven.