Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
^ 209
en 4,5 palm middellijn. Deze buizen zijn allen door kleppen, welke over schar-
nieren draaijen, aan de einden gesloten; in iedere buis wordt de lucht afzon-
derlijk verdund, en de zuiger opent de kleppen bij zijnen overgang van het eene
in het andere deel op eene ongevoelige wijze, zoodat zulks geen stooten veroor-
zaakt. Hierdoor zijn de alUeelingen voor een' volgenden trein weder geschikt
om er de lucht in te kunnen verdunnen. Ik wil hier nog bijvoegen, dat er
slechts van e'énen wagen is gesproken en wel van den voorsten, dewijl deze die-
nen kan om eenen geheclen trein van aan elkander verbondene wagens achter
zich voort te slepen, even als dit op den gewonen spoorweg het geval is. Zeker
mag deze inrigting zeer vindingrijk lieeten. De eerste atmospherische spoor-
weg van Kingstown naar Dalkey in westelijk Ierland, voldeed aan de verwach
ting, en sedert zijn er met deze wegen ook in Duitschland en Frankrijk proe-
ven genomen.
Behalve de menigvuldige toepassingen op de verklaarde eigenschappen der
lucht en der vochten, welke in deze les zijn gegeven, kan men de redeu op-
geven der navolgende verschijnselen.
Toepassingen.
Indien men in plaats van den ontvanger der luchtpomp eenen glazen cilin-
der stelt, van boven gesloten door een eenigïins hol, houten deksel, in hetwelk
men een weinig kwikzilver heeft gegoten, dan zal, na eenige pompslagen, het
kwik als een fraaije zilverregen do(u- het deksel heen binnen den cilinder
dringen. Verklaart de reden van dit verschijnsel !
Waarom kan men met een rond stuk vochtig leder, hetwelk plat op eenen
vlakken steen wordt gedrukt, dezen uit den grond rukken?
Waarom klimt het water uit eenen schotel in een bierglas op, in hetwelk
eerst, door middel van een brandend papier, de lucht is verdund?
Waarom wordt er soms, ten gevolge van het zuigen aan eene buis of pij[>,
tabaksrook of eene of andere vloeistof in den mond gevoeril; en waarom gaat
dit zuigen, zoo het met deu mond geschiedt, met eene inwaartsche beweging
der wangen gepaard?
Waarom kan er uit de kraan van een vat geen vocht worden afgetapt, in-
dien er boven in het vat geene opening is geboord ?
Waarom vloeit er geen water uit de bakjes der vogelkooijen en geene olie uit
sommige lampen, wier pit lajjer ligt dan de oliebak?
Waarom is de lucht in de duikerklok tot op de helft harer uitgebreidheid
gebragt, en zal dus dc klok half vol water staan, indien zij lot op 103 palm
diepte is gedaald ?
^Vaarom moet men bij de meerdere diepte, die de duikerklok verkrijgt, ook
I meer kracht boven het water aanwenden, om er versche lucht in te pom[)en ?
j Hoe kan men door de verschijnselen van den hevel de werking der bronne n
i verklaren, die op zekeren lijd des jaars verdwijnen en daarna weder lerugkeeren