Boekgegevens
Titel: Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Auteur: Burg, P. van der
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1854
3de, geheel omgewerkte dr.; Oorspr. dr. : 1846
Opmerking: Bevat ook: 'Fondslijst. van den uitgever G.B. van Goor ...' (36 p.)
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 738 F 19
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203607
Onderwerp: Natuurkunde: klassieke fysica: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste grondbeginselen der natuurkunde: strekkende tot leesboek voor alle standen hoofdzakelijk tot zelfonderrigt voor jonge lieden, en tot handleiding voor onderwijzers
Vorige scan Volgende scanScanned page
wetenschap? — Haar gebied bepaalt zich tot alle verschijnselen, lot alle veran-
deringen, die zich in de natnur opdoen. — De natuur bevat al de voorwerpen in
zich, die ons omringen, hunne beweging en onderlinge werking op elkander.
Al de verschijnselen, welke zich op, in of om de aarde vertoonen, behoo-
ren toU vallen voor j" de natuur. Het opkomen en ondergaan der zon, maan
en sterren, het donderen, bliksemen, hagelen, regenen en sneeuwen, het
stroomen des waters, het geloei van den storm, dit alles zijn natuurverschijn-
selen. Het onderzoeken naar de oorzaak dier verschijnselen, naar den aard en
de eigenschappen van de krachten, die deze veranderingen te weeg brengen,
ziedaar het werk der wetenschap, met welker beginselen ik u wensch bekend ie
maken. Die wetenschap heet Natuurkunde.
AYelligt meent gij, dat gij de dingen, die zich rondom u bevinden kent, dat gij
weet wat hout, ijzer, water, lucht, vuur, enz., is, en waardoor de wind, de
beweging des waters en der "wolken, het onvveder, enz. ontstaat. Gijmoogtdit
een en ander bij naam kennen , maar de oorzaak, waarin het wezenlijk verschil
der voorwerpen gelegen is, de oorzaken dier tallooze veranderingen in de natuur,
deze zijn u waarschijnlijk onbekend. Stel u, om biervan overtuigd te wowlen
dc beantwoording der volgende vragen voor.
Hoe komt het, dat weggeworpene ballen, steenen, knikkers, enz., naar bene-
den vallen, en daarentegen de rook, de vlam van het vuur, de vlieger enz., naar
bovengaan? — Hoe komt het, dat bij liet pompen het water klimt tot de plaats,
waar het kan uitvloeijen? Van waar dat een ijzeren kogel in het water zinkt,
terwijl een geheel schip van ijzer, daarop drijft?— Van waar, dat de stok, dien
gij in het water steekt, l)oven aan de watervlakte gebroken schijnt? Doch waar
zoude ik eindigen met dergelijke vragen te doen? Zoo gij tot nu toe de onverschil-
ligheid aangaande deze zaken met een groot aantal menschen gemeen hebt, zullen
die bedenkingen zelfs nooit bij u zijn opgekomen. Men ziet water koken, voelt
dat ijzer spoediger heet wordt dan hout, bemerkt dat het water in eenen zwar-
ten pot in korter'tijd wordt verhit en verkoeld dan in eenen witten; men ziet
dat kaarsen, olie, was, gas licht verschaffen, dat ijzeren schepen varen, het water
bevriest, en duizend andere zaken bovendien, zonder iets meer te doen dan ze te
gebruiken en te zien, zonder zich immer af te vragen: waarom is dit zoo en niet
anders? i
Zeker wekt de beoefening van niet eene wetenschap den mensch meer op tot
nadenken, dan de Natuurkunde. Zij lost hem al de bovengemaakte bedenkingen
op en nog ontelbare bovendien. Zij verklaart hem elk verschijnsel, zoo even
vermeld, en nog oneindig veel andere. Zy schenkt hem eene zeer uitgebreide
magt over alles, wat hem omringt. Ja zij is, zooals een geleerde der oudheid
reeds duizende jaren geleden getuigde, de wortel van alle kunsten en weten- ||
schappen-
Niet eene wetenschap is er, die onmiddellijk der menschehjke zamenleving
zoovele diensten, zoovele gemakken, zoovele aangenaamheden aanbrengt, als zij.